Arsacal
button
button
button


Retraite priesters en diakens bisdom Roermond

Hartelijke felicitaties aan mgr. Bert van Megen

nieuws - gepubliceerd: vrijdag, 14 maart 2014
hoofdingang van het imposante abdij complex van Rolduc
hoofdingang van het imposante abdij complex van Rolduc

Het is sinds een jaar of twintig traditie in het bisdom Roermond dat in de eerste week van de veertigdagentijd op Rolduc een retraite wordt gehouden voor de priesters en diakens. Dit jaar was mij gevraagd die retraite te geven over de Constitutie Lumen Gentium van het tweede Vaticaans Concilie, omdat het dit jaar vijftig jaar geleden is dat dit belangrijke document is verschenen.

Naast priesters en diakens van het Roermondse waren ook enkele Brabantse priesters en diakens aanwezig en mgr. dr. Bert van Megen, die twee dagen voor het begin van de retraite door paus Franciscus tot aarts­bis­schop was benoemd en tot Nuntius van (Noord-)Sudan en Eritrea, een gebied waarmee hij bijzonder goed op de hoogte is, omdat hij daar eerder al werkzaam was. Zodoende hadden we gelijk gelegenheid om hem van harte te feliciteren, hem Gods zegen toe te wensen en voor hem te bidden en de Mis op te dragen.

Eén van de preken die ik bij de Eucha­ris­tie­viering heb gehouden ging over het gebed dat de Heer ons heeft geleerd, het Onze Vader, naar aanleiding van de evangelielezing van dinsdag in de eerste week van de veertigdagentijd.

homilie

Het is een gebed dat we zo vaak bidden,
dit gebed van de Heer
en het bevat alles ,
“continet omnia”,
wat tot de christelijke houding en levensstijl behoort.
Het Onze Vader is kort,
een paar regels maar
en dat wordt door Jezus zelf verantwoordt:
“Gebruik geen veelheid van woorden,
want al vóór je Hem vraagt,
weet je hemelse Vader
wat je nodig hebt”.

Het is niet zo dat je
door mooie zinnen, bepaalde woorden
God moet zien te vermurwen
om jou ter wille te zijn.

In een van de parochies waar ik geweest ben
was er een acoliet, een goede jongen,
maar hij dacht dat hem
allerlei ongelukken zouden overkomen,
als hij niet dit en dat gebed precies
op deze en die manier had gedaan.
Hij dacht dat hij onheil over zich afriep
als hij niet precies zijn eigen kleine ritueel
had afgewerkt.

Dat doet me denken aan Maarten Luther
die - volgens sommige historici -
een gelofte aflegde om in het klooster te gaan
toen hij zich in een bos
in een verschrikkelijk onweer bevond,
als hij daar weer veilig uitkwam.
Hij vroeg zich af: “ Wie krieg ich ein gnädiger Gott?”.
Hoe krijg ik God zover dat Hij mij genadig is?
Zo is het dus niet.
En het is ook veel mooier om het
van een heel andere kant te benaderen.
God kent je door en door.
Hij heeft je in het leven geroepen
en Hij geeft je iedere dag opnieuw
alles wat je nodig hebt.
Het is zo goed om eens na te gaan voor jezelf
hoe God je geleid heeft,
hoe Hij je bewaard heeft,
hoe Hij je gebracht heeft
tot op deze dag.
Als je goed kijkt zul je allerlei momenten kunnen ontdekken
waarop Hij een soort wending
aan je leven heeft gegeven,
waarop Hij in feite met je bezig is geweest,
waarbij Hij je bewaard heeft
voor een verkeerde weg
die je gemakkelijk had kunnen opgaan,
waarbij Hij je in contact heeft gebracht
met iets nieuws en iets goeds dat je geraakt heeft,
en waarbij Hij je nieuwe wegen heeft gewezen.
Als je dat nagaat, word je gewoon heel dankbaar
en nogmaals: de dankbaarheid
is een bron van vreugde, van vrede en van nederigheid.
Als je dankbaar bent,
heb je geen behoefte om kwaad te worden,
heb je geen reden om jezelf te verheffen,
je leeft van Gods gaven.
God weet het al, Hij kent je al,
al voordat je je mond opent.
Je hoeft Hem niet om te praten,
niet met veel woorden en moeite over te halen,
Hij heeft je lief
en alles wat Hij tegenover jou zal doen,
zal door die Liefde geïnspireerd zijn.

Misschien ben je teleurgesteld,
is het niet zo gelopen
als je gehoopt had.
Misschien is er dus ergens
een diepe teleur­stel­ling in je hart.
Bid dan maar dit “Onze Vader”:
alleen al door het bewust uitspreken van die woorden
kun je niet langer over jezelf gebogen zijn.
Dit gebed nodigt je uit
om het los te laten,
jezelf los te laten
en in die grote ruimte te gaan staan
van God onze Vader.

Vandaar dat het gebed
dat de Heer ons heeft gegeven
begint met de woorden:
“Onze Vader”.
Doordat dit gebed met “onze Vader”begint
(en niet met “mijn Vader”),
leert Jezus ons dat we verbonden zijn
met anderen, dat we in gemeen­schap zijn,
dat je bidt als lid van de gemeen­schap van de mensen,
van de gemeen­schap van de Kerk.
Je kunt niet bidden
als je alleen met jezelf bezig bent,
als je God en je naaste uit het oog verliest.
Je gebed zal leeg en waardeloos zijn
als je zonder liefde voor de naaste bent.
En Jezus leert ons God
vertrouwvol aanspreken als “Vader”.
Het kan zijn dat de een of ander
geen of geen plezierige herinneringen
aan zijn aardse vader heeft,
en dat het niet gemakkelijk is
om iemand anders als vader te zien
omdat dit woord geen positieve gevoelens oproept,
maar hier in dit gebed is het de uitdrukking
van het besef
dat God vol liefde voor ons is
en weet wat we nodig hebben,
het betekent dat Hij voor ons zorgt
en dat je dus bent uitgenodigd
om te rusten
in wat je gegeven is;
wees tevreden
en geloof!
God is een Vader,
zoals een Vader in optima forma zou zijn.

Het Onze Vader leert ons dus ook
niet onszelf in het gebed centraal te stellen.
Als kinderen leerden wij
dat we de dankzegging na het ontvangen
van de heilige communie
niet mochten beginnen met iets te vragen,
maar dat je God eerst moest aanbidden,
die in het Sacrament bij je was gekomen,
dat je Hem dan behoorde te danken
en dat je je Zijn gaven in herinnering moest roepen.
Pas na de aanbidding en de dank,
zou je iets kunnen vragen.
Zo is het Onze Vader ook opgebouwd.
De eerste helft van dit gebed
bestaat erin
dat je jezelf in Gods te­gen­woor­digheid plaatst,
dat je Hem eert en aanbidt:
Onze Vader die in de hemel zijt,
Uw Naam worde geheiligd,
Uw rijk kome,
Uw wil geschiede....
Pas daarna komen de vragen,
maar ook die vragen zijn niet gericht
op ons materieel welzijn,
maar we vragen dat God ons geeft
wat we nodig hebben:
het dagelijks brood
en op geestelijk niveau:
de vergeving van onze schuld.
En dan keert het gebed weer terug naar de naaste:
de vergeving die wij van God ontvangen,
moet ons ertoe brengen
aan anderen te vergeven
en de vergeving die wij aan anderen schenken,
zal ook onze vergeving bewerken.
De barmhartige liefde
die wij in God ontmoeten,
moet de leidraad van ons handelen zijn
tegenover anderen;
en de barmhartige liefde die wij betonen,
de vergeving die wij schenken
zal opnieuw Gods vergevende liefde oproepen.

Als je bedenkt en beseft hoeveel je hebt gekregen,
wat God je heeft geschonken,
onverdiend, je had er geen recht op,
zou je dan ook niet iets
van die barmhartige liefde willen uitstralen
naar de mensen om je heen?
AMEN.

Terug