Arsacal
button
button
button
button


Zij begon het lijden van Jezus te beschouwen....

Liduinafeest in de basiliek van Schiedam

Nieuws - gepubliceerd: zondag, 11 mei 2014 - 1218 woorden
Het feestelijk versierde beeld van de heilige Liduina
Het feestelijk versierde beeld van de heilige Liduina

De vierde zon­dag van Pasen was dit jaar een dag van allerlei fees­te­lijk­heden: na­tuur­lijk was het Moeder­dag en het was Roepingen­zon­dag. In Schie­dam werd voor de stad het feest van Liduina van Schie­dam gevierd (voor de rest van het land is dat pas op 14 juni) en elders het feest van Maria, moeder van goede raad (zie later bericht). ’s Morgens vier­den we de heilige Mis in de basiliek van Schie­dam met em. pastoor, mgr. P. Vismans, de hui­dige rector van de basiliek, vica­ris H. Egging, de gelo­vi­gen in de basiliek en degenen die via radio Maria met de vie­ring verbon­den waren.

Homilie

Toen de vijf­tien­ja­rige Liduina was gaan schaatsen,
een rib brak en een groot gezwel opliep,
ver­an­der­de haar hele leven.
Zij kwam op bed te liggen,”
kon geen voedsel binnen­hou­den
en had vre­se­lijke pijn­lijke, open won­den.
De laatste zeven jaren van haar leven
kon zij ook niet slapen.
Haar wereld bleef na de valpartij op het ijs
beperkt tot het kamertje waarin zij lag.
Hoe moest een jong en leven­dig meisje
daar­mee zien om te gaan?
Vaak was zij jaloers op haar vrien­din­nen,
die maar kon­den gaan en staan.
Het was een vre­se­lijke be­proe­ving,
die haar vaak opstan­dig maakte.

Tot zover is er eigen­lijk niet eens veel bij­zon­ders te ver­tellen:
dit gebeurde al zo’n zes­hon­derd jaar gele­den
en er zijn meer mensen die veel moeten lij­den.
Maar waarom zijn we dan hier,
zoveel eeuwen na haar dood
om haar te gedenken en te vieren?

Volgend jaar zal het 125 jaar gele­den zijn
dat Paus Leo XIII bepaalde
dat zij als heilige vereerd kon wor­den.
Wat is daar dan gebeurd
in het leven van deze jonge vrouw?

Het eerste en meest door­slag­ge­vende was
dat zij de stem van God in haar leven herkende,
in Zijn liefde kon gaan geloven
en haar ziekte, haar toestand tot haar roe­ping werd.

We hebben het allemaal wel
in meerdere of mindere mate mee­ge­maakt:
als ons iets over­komt
wat we best wel als heel moei­lijk ervaren- het over­lij­den van een dier­ba­re bij­voor­beeld,
of ziekte, pijn, verdriet of een­zaam­heid, een teleur­stel­ling -,
dan zijn we geneigd om te denken:
Waarom heeft de Heer mij dit aan­ge­daan?
Gunde Hij het me niet dat ik blij en onbe­zorgd
door het leven ging?
Waarom zo? Had het niet anders gekund?
Het ant­woord op die ind­ringende vraag
kan niemand U geven,
dat ant­woord – dat toch wel bestaat -,
kun je alleen maar ervaren, beleven.
Het ant­woord zullen we ook bijna nooit direct
te horen krijgen,
maar meestal moeten we in feite
in gebeur­te­nissen en tekens
dat ant­woord oppikken,
Gods stem, Gods hand
in allerlei gebeur­te­nissen van ons leven
gaan ontdekken.
Die stem van God in ons leven
kunnen we meestal pas horen
als we ervoor open staan;
je moet ervoor open staan
om die stem te herkennen.

Dat is met heel veel dingen zo:
de één zal bij een prach­tig uit­zicht
in een schit­te­rende natuur,
harmonie beleven en ervaren
en dat het een heel knappe Kunste­naar moet zijn geweest,
die zoiets prach­tigs heeft doen ontstaan;
een ander zal zijn sch­ou­ders ophalen en zeggen:
Och, dat is de evolutie
en daar­mee is de kous voor hem of haar echt af.
Meer is het niet, meer is er niet.
“Ik geloof in de kracht van mensen”,
typisch een uit­spraak voor iemand
die nooit in een zieken- of verpleegtehuis komt
Toch kan er ook voor die persoon een dag komen
waarop hij liefde ervaart,
liefde in alles wat hij om zich heen ervaart:het is niet toevallig,
het is ook niet zomaar,
het is een uiting van Iemand die van ons houdt,
van onze Schepper en Vader.

Hierover gaat ook het evan­ge­lie
dat we vandaag hebben gehoord:
Jezus ver­telt over de herder van de schapen,
die kent al Zijn schapen bij hun naam
en roept ze.
Die goede herder waarover het hier gaat
is uit­ein­delijk God
(Al bid­den we vandaag ook bij­zon­der
dat God ons mensen als goede herders zal geven
als pries­ters voor Zijn Kerk,
mensen die het volk van God
met veel geloof en hart en ziel zullen dienen,
want het is vandaag ook Roepingen­zon­dag).
In het evan­ge­lie is die Goede Herder God zelf
die ieder van ons kent bij onze naam,
die weet wat er omgaat in ons hart,
wat onze vreugde is en wat ons bedrukt
en die ons lief heeft.
De schapen in het evan­ge­lie - dat zijn wij allemaal -
herkennen de stem van die Goede Herder,
ze luis­te­ren naar Hem en ze volgen Hem.
Die Herder leidt Zijn schapen weg, naar buiten
en Hij trekt voor hen uit,
zij mogen Hem volgen.

In feite is het zo met ons allemaal:
soms grijpt ons heel erg aan
wat ons over­komt;
dan kunnen we bijna aan niets anders denken
en uit­zicht is er niet.
Als dat gebeurt, raken we eigen­lijk
een beetje opgesloten in ons­zelf,
tot het moment dat er ook in ons leven
- mis­schien na een periode van rouw en verdriet -
een nieuw geluid klinkt,
een stem die ons roepten die ons naar buiten leidt,
weg van ons­zelf,
om niet te blijven cirkelen om ons­zelf,
maar God te zien, een roe­ping te zien en een weg
en Jezus te zien
en Hem te volgen.
Dit moment van doorbraak
kwam voor Liduina na jaren.
Haar biecht­va­der Jan Pot moe­digde haar aan
om het leven en lij­den van Jezus te be­schou­wen.
Eerst zei het haar niets,
ze was nog te zeer bezig
met wat haar zelf was over­ko­men.
Maar die biecht­va­der hield aan:
“Probeer het nu toch,
je zult het zien, hou vol,
laat je niet ont­moe­di­gen!”
En Liduina hield vol
en begon het lij­den van Jezus te be­schou­wen.
Dit ver­an­der­de haar hele leven.
Zij werd gelukkig.

Wij denken vaak
dat de omstan­dig­he­den moeten ver­an­de­ren
voordat wij gelukkig kunnen wor­den.
Bij Liduina ver­an­der­de er niets,
tenminste zij werd niet beter,
het werd in feite alleen maar erger,
maar zij­zelf ver­an­der­de
en daardoor ver­an­der­de haar hele leven.
Zij ging naar buiten.
Zij ging reizen.
Zij bezocht Rome en het heilig Land,
zij bezocht het Paradijs, de hemel, de hel en het vagevuur,
in de geest.
Na­tuur­lijk, fysiek bleef zij op bed liggen,
maar de visioenen waren zo echt, zo wer­ke­lijk,
dat het was of zij daar daad­wer­ke­lijk was.

We weten het: als wij steeds klagen, mopperen en zeuren
blijven bezoekers ge­mak­ke­lijk weg;het is dan voor niemand leuk om bij ons te komen..
Liduina was – na die moei­lijke begin­ja­ren -
blij en gelukkig, tevre­den
en dat trok vele mensen aan;
vele lij­dende mensen
kwamen getroost bij Liduina vandaan,
die zoveel meer moest lij­den.
Zij werd een bron van vreugde en moed
voor anderen.
Daarbij was zij steeds met het lij­den van Jezus verbon­den,
dat ons heeft verlost;
zij bood haar lij­den aan
zodat de Heer daar iets goeds mee kon doen.
Deze feest­dag van Sint Liduina is daarom voor ons
een uit­no­di­ging om dat te doen
waar ook paus Fran­cis­cus zo dikwijls om vraagt:
om naar buiten te gaan, erop uit,
niet in jezelf te blijven,
niet om je eigen won­den heen te draaien,
maar je hart te openen voor die stem
die ook in ons leven klinkt,
maar die we mis­schien nog niet altijd zo goed herkennen:
die stem van de Goede Herder,
die ons roept bij onze naam,
die voor ieder van ons een eigen, unieke
roe­ping en bestem­ming heeft.

Want “ik ben geko­men”, zo zegt die Goede Herder,
“opdat zij - wij dus, wij allen - leven zou­den bezitten
en wel in overvloed”.
Amen

Terug