Arsacal
button
button
button
button


Je leven is voor Hem

Overweging Preek - gepubliceerd: vrijdag, 23 mei 2014 - 780 woorden
Je leven is voor Hem

Vrij­dag 23 mei was ik op De Tilten­berg voor de colleges en de heilige Mis. Hierbij de preek die ik bij deze gelegen­heid heb gehou­den.

Preek van Vrij­dag in de vijfde week van de Paas­tijd - Tilten­berg

Wat iemand zegt op het eind van zijn leven, heeft vaak een bij­zon­der belang: alle men­se­lijke over­we­gingen vallen weg: eer­zucht, rijkdom, een positie, erken­ning, status, “succes­vol leven”, wat heeft dit allemaal nog te betekenen in het aanschijn van de dood?

Ik heb dit zelf heel mooi mogen ervaren bij het over­lij­den van mijn eigen vader, acht maan­den gele­den. Hij had tot ieder van ons, zijn vrouw en ons kin­de­ren nog iets te zeggen, iets liefde­vols, iets beves­tigends, een po­si­tie­ve bood­schap. Het ging niet over hem­zelf.Jezus doet dat ook bij het laatste avondmaal in de gesprekken met Zijn leer­lin­gen. Hij spreekt tot hun hart, over de essentie, over wat wezen­lijk van belang is. Maar over hun hoofd spreekt Hij ook tot ons, want dit is “evan­ge­lie”, blijde bood­schap, publieke open­ba­ring en dus voor al Zijn leer­lin­gen bestemd, heel bij­zon­der voor hen die Hem willen volgen en heel hun leven in Zijn dienst willen stellen.

Hij spreekt als vriend, niet als Heer en meester: “Ik noem u geen die­naars meer… maar u heb ik vrien­den genoemd”.Dit is het eerst be­lang­rijke: we weten dat de vor­ming tot pries­ter uit ver­schil­lende onder­de­len bestaat, die allemaal be­lang­rijk zijn: weten­schappe­lijke vor­ming, gees­te­lij­ke vor­ming, pas­to­rale vor­ming, persoons-vor­ming, maar één aspect is het be­lang­rijkst en dat omvat eigen­lijk in zekere zin al deze aspecten: je relatie met de Heer, de kennis van Hem van hart tot hart, een inner­lijke ver­trouwd­heid met Hem. Kar­di­naal Beniamino Stella zei het nog bij ons Ad Limina bezoek in Rome over pries­ter­stu­den­ten: “Sommigen zeggen dat ze de wereld moeten leren kennen. Nee! Die kennen ze al. Ze moeten Christus leren kennen”. Dat is het fun­dament, de bron en het doel van alles wat je doet: “Door Hem, met Hem en in Hem”, die slotdoxo­lo­gie van het Eucha­ris­tisch Gebed mag je iedere keer op jezelf betrekken, later als pries­ter en nu al: zo wil ik leven, zo wil ik zijn.

Het eerste aspect van die levens­hou­ding is wel de in­stel­ling waar­mee je leeft: ‘Geen groter liefde kan iemand hebben dan hij die zijn leven geeft”. Jullie geven je leven. Je verlangt dat heel je leven voor Hem is, dat is je roe­ping. Maar de beko­ring is om toch steeds weer dingen naar jezelf toe te trekken en dus in feite iets niet te geven: Ik wil me wel geven maar… dit vak wil ik niet, deze stage bevalt me niet, deze kamer staat mij niet aan. En later: deze pa­ro­chie wil ik niet, dit huis is voor mij te klein, na die tijd wil ik niet meer gestoord wor­den, enzo­voorts. Wat blijft er dan over van het geven? Voor wie leef je? Wat zoek je? Wie zoek je? O, zeker we moeten ons allemaal – ik ook – steeds weer hierin bekeren, onze intenties zuiveren, onze liefde vernieuwen en verdiepen, steeds meer het beeld van Jezus Christus in ons dragen, die zich­zelf totaal gaf.

“Dit is mijn gebod, dat gij elkaar liefhebt...”. De Heer begint en ein­digt vandaag met het gebod van de naasten­liefde. Gezien het feit dat deze woor­den tot de leer­lin­gen wor­den ge­spro­ken, gel­den ze wel op een bij­zon­dere manier voor alle pries­ters, diaken en voor diegenen die zich erop voor­berei­den om dat te wor­den. Geen “jaloezie de métier”, geen afgunst, geen roddel. Leg je erop toe wel iets goeds van anderen te zeggen, maar nooit zomaar iets nega­tiefs te zeggen of door te ver­tellen. Je mag negatieve berichten over anderen nooit zomaar rond ver­tellen, maar alleen om die persoon te verbe­te­ren of om een ver­keerde situatie te ver­an­de­ren of om te weten hoe je hier zelf mee om kunt of moet gaan. Het woord dat je spreekt moet een dui­de­lijk goed doel hebben, mag niet zomaar iets lelijks over een ander zijn, niet in feite een luchten van je hart zijn.

“Niet gij hebt mij uitgekozen, maar ik U...”. Je bent niet zelf heer en meester van je leven, het draait niet om jou, het draait om Hem en Hij is het die je alles heeft gegeven, die alles moge­lijk maakt. Niets hebben we uit ons­zelf. Alles heb je gekregen. Cirkel dus ook niet in je gedachten steeds om jezelf, leef gevend en ont­van­gend, leef met open han­den en een open hart. Want je leven is voor Hem.

AMEN

Terug