Arsacal
button
button
button
button


Het kind van Bethlehem en wij in een wereld die geen paradijs is

Kerstnacht 2011

Overweging Preek - gepubliceerd: maandag, 26 december 2011 - 1411 woorden

Het is een won­der­lijk gebeuren wat wij hier van­nacht vieren. Ooit was de relatie tussen God en mens en tussen de mensen onderling verstoord geraakt. De bijbel beschrijft dat met een prach­tige parabel: De eerste mensen, Adam en Eva, wor­den in het paradijs bekoord om de verbo­den vrucht te eten.

De grote verlei­ding daarbij is dat als je eet je ogen open gaan, dat je gelijk zult wor­den aan God en kennis zult hebben, een hogere kennis van goed en kwaad. En de mens bezwijkt in de bijbel voor die verlei­ding. Hij trekt in feite de schep­ping naar zich toe: hij is zelf de god die alles bepaalt, hij­zelf is de god die heersen zal, hij­zelf is het ego dat aan­beden wordt en dan ont­staat er een spiraal van verstoorde ver­hou­dingen, van oorlog en geweld, van ikzucht en heb­zucht. Kaïn slaat Abel dood en zo gaat het verder. De bijbel is dus een boek dat ons beschrijft hoe alles fout gelopen is, hoe de ver­hou­dingen in onze wereld vol­ko­men scheef zijn gegroeid van dienen naar heersen en macht. Maar tege­lijk is de bijbelse bood­schap dat alles niet hopeloos verloren is. Want het ant­woord dat God op deze situatie geeft is dat Hijzelf ons leven komt delen, dat Hij ons in Jezus verlost en bevrijdt uit deze ver­nie­ti­gende spiraal. God doet dat door precies tegen die “drive” van het ik en de hoogmoed in te gaan:

Hij wordt geboren als een kind en niet in een paleis, maar in een stal, niet met rijke ouders, maar met arme en Zijn leven is alleen maar dienst en klappen krijgen: zorg voor armen, zieken, ge­han­di­capten en gewone mensen. Hij wordt zelf ver­volgd en moet vluchten, als baby al, Hij wordt bespot, ver­wor­pen, gemar­teld en ge­krui­sigd, Hij is vaak een­zaam en onbegrepen, al zijn vele mensen ook door Hem gefasci­neerd; kortom: Hij kiest niet voor zich­zelf; feite­lijk kiest Hij de minste en meest beroerde plaats. Hij had het anders kunnen doen, Hij had voor zich­zelf toch bepaalde pri­vi­le­ges kunnen hou­den, Hij had ons met een machts­woord, een spet­te­rende show of een opzien­ba­rend mirakel kunnen verlossen, maar Hij deed het niet. Hij kwam bij ons als een arm kind.

Nu is inder­daad niet alles heel anders gewor­den: de wereld is nog steeds geen paradijs, zij is nog steeds vol oorlog en geweld, en er zijn rampen, natuur­ge­weld, honger, verdriet, veel mensen in ons land zitten fi­nan­cieel moei­lijk en vrezen de eco­no­mische crisis of hebben daar al flink mee te maken en er is heel veel verborgen leed, waar we geen weet van hebben. Ook in de kerk - zo moeten we tot onze schande erkennen - is het vaak niet beter.

We hebben allemaal de uit­kom­sten gehoord van het onder­zoek naar seksueel mis­bruik. Daaruit blijkt dat de cijfers voor het mis­bruik in ker­ke­lijke in­stel­lingen net zo hoog zijn als voor andere, niet-katho­lie­ke in­stel­lingen: we zijn in de kerk geen haar beter! En dan gaat het ook nog om grote aantallen: bijna tien procent (9,7 % om precies te zijn) van de Neder­landse bevol­king boven de veer­tig jaar - katho­liek of niet-katho­liek - geeft aan in de jeugd buiten de familie­kring mis­bruik te hebben onder­gaan, terwijl we ook nog eens weten uit onder­zoeken dat het probleem juist in de familie­kring veel voor­komt; de mis­bruik­cij­fers zijn dus vermoe­de­lijk nog veel hoger. Dit is een maat­schap­pij-breed probleem dat diepe won­den heeft geslagen; veel mensen in onze samen­le­ving - katho­liek of niet-katho­liek - zijn daar voor hun hele leven door getekend. Die mis­bruikers in katho­lie­ke in­stel­lingen waren vaak paters, broeders of zusters - zo’n 800 namen zijn naar boven geko­men over een periode van 65 jaar -, mensen die zei­den dat zij hun leven aan God had­den gegeven, maar in feite criminelen waren. De slacht­of­fers zijn niet alleen geraakt en geschaad in hun mens-zijn, maar ook in hun geloof en ver­trouwen. We hebben de plicht hen zo goed moge­lijk bij te staan Ik wil van­nacht toch wel bij­zon­der aan hen denken.

Maar wat is er dan veranderd door de komst van Jezus, als alles zo het­zelfde is gebleven en het kwaad en de mis­daad nog welig tieren?

Het uit­zicht is anders gewor­den. Door Jezus ging de hemel weer open, door Hem kunnen we de engelen weer horen zingen en hebben wij deel aan Zijn leven. We hebben per­spec­tief en we hebben een voor­beeld: Jezus, het kind van deze nacht.

Voor God kunnen daders zich niet be­roe­pen op positie of status, Hij kijkt naar ons hart, naar het hart van ieder van ons: heb je ge­pro­beerd om in eenvoud het voor­beeld van Jezus te volgen? Leef je voor jezelf, voor de lust en de heb, trek je de dingen naar je toe of doorbreek je die spiraal? Het is een vraag die ik me net zo goed als U moet stellen en waarvoor we allemaal per­soon­lijk voor de Heer verantwoor­ding af moeten leggen. Word je een verstoorder van de schep­ping, van mede­mensen en men­se­lijke ver­hou­dingen, is je “ik” de norm en sluit je je keihard af, of word je een mede-ver­los­ser met Jezus?

Heel veel mensen zijn uit naasten­liefde actief in een voedsel­bank, voor zwervers en dak­lo­zen, voor de kerk, voor mensen die een­zaam zijn of alleen staan, voor mensen in ont­wik­ke­lings­lan­den. Gewel­dig!

Denk zelf maar eens terug aan je eigen leven: daar waar je iets uit liefde gedaan hebt, iets wat mis­schien nadelig was voor jezelf, wat je tijd en moeite kostte, wat een offer was - je zorg voor een zieke moeder, een buurvrouw, een zwerver, noem maar op, er zijn zoveel moge­lijk­he­den om iets goeds te doen voor wie het wil zien - daar waar je han­de­len pure liefde was, dáár was je mens, mens naar Gods beeld, een vrouw of man naar het beeld en het hart van de Heer die van­nacht voor ons is mens gewor­den.

Na­tuur­lijk was het allemaal heel een­vou­dig daar rond die stal van Beth­le­hem. Er was geen rijkdom, geen luxe, het zag er niet uit, het was tenslotte gewoon maar een plaats voor de dieren. Maar de sfeer die ons uit dit evan­ge­lie tegemoet straalt is er een van vreugde en harmonie, van blijd­schap en geluk, van harte­lijke ver­bon­den­heid met elkaar en met de hemel: dat die harmonie onze harten mag bezielen, dat we volgelingen mogen zijn van dit Kind - niet in naam, niet door een status of positie, maar door geleefde liefde -, dat brengt de vrede op aarde waar­van de engelen zongen en die wens ik u en mij van harte toe! Zalig kerst­mis!


Terug