Arsacal
button
button
button
button


Heilig Vormsel in de buitengewone vorm

Sint Agneskerk Amsterdam

Overweging Preek - gepubliceerd: zondag, 2 november 2014 - 1348 woorden
na afloop van de plechtigheid met liturgische dienaren
na afloop van de plechtigheid met liturgische dienaren

De Sint Agnes­kerk aan de Amstel­veen­seweg in Am­ster­dam is de pa­ro­chie­kerk van de pa­ro­chie voor de gelo­vi­gen die verbon­den zijn met de buiten­gewone vorm van de Romeinse ritus. Op zon­dag 2 no­vem­ber mocht ik er aan tien gelo­vi­gen het heilig vormsel toedienen, waar­on­der verschil­lende volwassen gelo­vi­gen die tot de katho­lie­ke kerk toetra­den. Na de vormsel­plech­tig­heid verleende ik pontificale assis­tentie bij de heilige Mis.

In de bui­ten­ge­wone vorm werd op deze zon­dag niet Aller­zie­len gevierd (dat wordt daar - wanneer 2 no­vem­ber op zon­dag valt - een dagje opgeschoven), maar de 21e zon­dag na Pink­ste­ren. In de preek ben ik nader inge­gaan op de Epistel­le­zing die geno­men was uit de brief van de heilige apostel Paulus aan de Efeziërs (6,10-17), een lezing die mooi aansloot bij het heilig vormsel, dat in de bui­ten­ge­wone vorm vergezeld gaat met een vre­des­wens met kaak­slag (maar heel zachtjes, hoor...).

Homilie


Induite vos armaturam Dei
ut possitis stare adversus insidias diaboli.

Trekt de wa­pen­rus­ting Gods aan
om stand te hou­den tegen de lis­tige aanvallen van de duivel.
(Ef. 6, 10-17).

+

Broeders en zusters, in het bij­zon­der jullie die zojuist het heilig vormsel hebben ont­van­gen,

Het is een mooie dag waarop jullie het heilig vormsel mogen ont­van­gen. Gisteren vier­den we het hoog­feest van Aller­hei­ligen en morgen is het in de bui­ten­ge­wone vorm van de Romeinse ritus Aller­zie­len, de dag waarop we de overle­den gelo­vi­gen gedenken en bij­zon­der voor hen bid­den. Het feest van Aller­hei­ligen bracht ons gis­te­ren naar de hemel, naar al die heiligen die ons zijn voor­ge­gaan - bekende en onbekende - en die nu voor altijd feest mogen vieren en God mogen zien. Op Aller­zie­len bid­den we voor alle gelo­vi­gen, die gestorven zijn en nog een zuive­ring moeten onder­gaan en geholpen door ons gebed gereinigd wor­den van alle smetten van de zon­den om vrij en vol vreugde naar het hemels feestmaal toe te gaan. En daartussen zit dus dit jaar deze 21e zon­dag na Pink­ste­ren waarop de apostel Paulus ons in het epistel oproept om de wa­pen­rus­ting Gods aan te trekken en te strij­den, te vechten.

Ridder Bauke

Vaak moet ik bij die woor­den terug­denken aan Bauke. Bauke was een jongetje van vijf of zes jaar oud, dat een tumor in zijn hoofdje kreeg, een lelijk kankergezwel dat niet meer te genezen was. Maar Bauke zag zich­zelf als een ridder die met zijn zwaard vocht tegen die lelijke kanker. Met zijn plastic helm en pantser en met zijn plastic zwaard, kon hij na­tuur­lijk niet veel uitrichten tegen deze lelijke ziekte, maar hij bleef sterk. En er was nog iets: hij wilde graag bij Jezus horen en bij de kerk en op zijn sterf­bed heb ik dit kind gedoopt en gevormd. Het was of we daar­mee ook wil­den zeggen: Bauke, nu ben je een strijder van Christus, je eigen­lijke strijd gaat niet tegen die tumor, maar er is een andere kanker die veel ver­nie­ti­gender is: die strijd gaat tegen het kwaad en die zul je winnen, je belo­ning zal niet de gene­zing van je lichaam zijn, niet dat je op aarde nog lang zult leven, maar dat je voor eeuwig mag leven bij God en gelukkig zult zijn.
Toen Bauke begraven werd was het vre­se­lijk weer: regen, wind en hagel stre­den om voorrang, totdat het kistje op het graf werd geplaatst. De lucht trok open en er kwam een zonne­straal die precies op dat kistje viel. Was dit mis­schien een klein tekentje van Onze Lieve Heer, dat Bauke nu veilig was en thuis?

Jullie moeten vechten!

Beste vor­me­lin­gen, ook jullie moeten strij­den, jullie moeten een gevecht leveren! Het kleine klapje dat ik jullie na het vormsel heb gegeven, wilde dat ver­beel­den: je werd tot ridder geslagen, tot ridder voor Christus, omdat je vechten moet.

Maar dit is geen strijd met geweld, niemand wordt een kopje kleiner gemaakt, er vallen geen doden; niemand zal te lij­den hebben omdat jullie vechten, want jullie gevecht gaat tegen de duivel en tegen jezelf.

Er zijn veel verlei­dingen, veel beko­ringen in de wereld, zeker in de wereld van onze tijd. Er is weinig wat je helpt om sterk en standvas­tig te blijven, er is veel wat je afleidt van God en gebod. Er zijn veel stemmen die je zeggen dat alles mag en alles kan en er zijn er maar een paar die je zeggen dat je moet vechten om een goed, eer­lijk, gelovig, trouw, zuiver mens te zijn. Toch zijn die zachte, weinige stemmetjes die je zeggen dat je die strijd moet aan­gaan, de ware en goede stemmen. Die keiharde schreeuwers die zeggen dat je alles mag doen wat je wilt, dat je je zin moet doen en wat je leuk en lekker vindt, die vernie­tigen je, die maken het beeld van God dat in je is, kapot.

Charles de Foucauld

Charles de Foucauld luisterde lang naar die harde, sterke stem die hem zei te genieten van het leven: hij hield van rijkdom en luxe en feesten en woonde samen met een maitresse. Toen hij in het leger kwam, werd hij al gauw weer ont­slagen omdat hij geen discipline had. Maar het legeronder­deel waarbij hij had gehoord kwam onder vuur te liggen in Algerije en Charles kreeg spijt van zijn gedrag, hij voelde dat hij zijn vrien­den in de steek had gelaten. Daarna gebeurde het vaker dat hij ging luis­te­ren naar dat zachte stemmetje in hem dat hem leerde om een goed mens te wor­den. Hij kwam in contact met een pries­ter. Hij leerde strij­den en over­win­ningen behalen, gees­te­lij­ke over­win­ningen. Tenslotte bekeerde hij zich en werd katho­liek. Hij werd zelfs monnik en pries­ter en voor­taan wilde hij een soldaat, een strijder van Christus zijn en leidde hij een heel streng leven, als kluize­naar in de woes­tijn. Zo had hij tenslotte zijn roe­ping gevon­den. In het jaar 2005 is Charles de Foucauld door de paus zalig verk­laard.

De wapenuitrus­ting van God

Dus je moet vechten! In het vormsel heb je de bij­zon­dere genade van God ont­van­gen om die strijd te voeren. De heilige Geest is over je geko­men om je te helpen en je meer met Jezus Christus en de Kerk te verbin­den. De apostel Paulus ver­telt je precies wat voor een wa­pen­rus­ting je daarvoor nodig hebt: je gordel - de riem die alles op zijn plaats houdt - is de waar­heid, dus dat je op een goede manier zult denken, dat je voor de waar­heid wilt kiezen en voor niets anders: leef uit de waar­heid en voor de waar­heid! je pantser is de ge­rech­tig­heid en dat houdt in dat je het goede probeert te doen; je soldaten­laarzen zijn je bereid­heid om erop uit te gaan, dat je klaar­staat een een brenger te zijn van het evan­ge­lie van de vrede; het schild waar­mee je de pijlen van de vijand - de duivel - tegen houdt, is het geloof; probeer dus te denken en te han­de­len vanuit je geloof. Daarbij wor­den we beschermd door een helm, dat is het heil, de genade, de kracht die God ons schenkt; en ons zwaard is het zwaard van de Geest, het woord van God. Je vecht goed als je je laat lei­den door de heilige Geest en door het Woord van God. Dus: bescherm jezelf door te leven vanuit je geloof en steeds bij God je kracht en sterkte te zoeken.

De over­win­ning is al behaald!

Na­tuur­lijk krijg je tegen­slagen, moei­lijk­he­den, zware tij­den. Dat is de be­proe­ving die iedere gelo­vi­ge over­komt. Maar laat je niet ont­moe­di­gen: je moet nu eenmaal strij­den, maar als je gaat strij­den ben je al zeker dat je zult winnen. De eindover­win­ning is al behaald door Jezus Christus en door het doopsel en het vormsel zijn we al bestemd om in die over­win­ning te mogen delen.
Je zult over­win­nen, als je maar blijft strij­den en niet opgeeft! Als je maar weer opstaat als je een nederlaag lijdt. Sta op met ver­trouwen, vraag ver­ge­ving voor je zon­den in het sacra­ment van de biecht, laat je door Gods genade be­scher­men en ga door... totdat we eens samen in de ge­meen­schap van de heiligen voor altijd gelukkig mogen zijn.
Amen.

Terug