Arsacal
button
button
button
button


Tijs van den Brink op studiedag pastores over kerkverlaters

Nieuws - gepubliceerd: vrijdag, 21 november 2014 - 525 woorden
Tijs van de Brink en Mirjam Spruijt (coördinator geloofsopbouw bisdom) luisteren naar vragen uit de zaal
Tijs van de Brink en Mirjam Spruijt (coördinator geloofsopbouw bisdom) luisteren naar vragen uit de zaal

Op vrij­dag 21 no­vem­ber waren pries­ters, diakens, cate­chisten en pas­to­raal werkers uit­ge­no­digd voor een studie­dag in het dio­ce­saan centrum in Heiloo. Jour­na­list en EO-presentator Tijs van den Brink was daar om met hen over kerkverlaters te spreken naar aan­lei­ding van het pro­gram­ma “Adieu God”.

In dit pro­gram­ma komen mensen aan het woord die de kerk verlaten hebben en vaak ook afscheid hebben geno­men van het geloof, hoewel dat geloof en God soms toch weer on­ver­wacht om de hoek komen kijken. Ik vind de afleve­ringen van “Adieu God” per­soon­lijk meestal erg goed, omdat het respect­volle gesprekken zijn, waarin mensen veel van hun diepere beweegre­denen laten zien. Meestal probeer ik dit pro­gram­ma even terug te kijken.

Wat voor beweegre­denen hebben mensen om de kerk te verlaten? Tijs van den Brink noemde de voor­naam­ste motieven en liet daarbij steeds enkele frag­menten zien. Een eerste reden is de erva­ring dat mede-gelo­vi­gen en vooral pries­ters, zusters, broeders onder hen, niet zo goed zijn als de kerkverlater had gehoopt: een zuster die vals speelde bij Monopoly, een pastoor die niet naast mensen was gaan staan bij een groot verdriet, maar in plaats daar­van verkon­digd had dat God goed was: daardoor brak er iets bij de kerkverlater. Anderen waren teleur­ge­steld in God van wie zij bescher­ming en hulp had­den gehoopt: bepaalde vre­se­lijke dingen had­den niet mogen gebeuren als God wer­ke­lijk bestond en een goede God was. Nog anderen had­den moeite met een sfeer van verbo­den en ‘opleggen’, van dwang, waarbij bij­zon­der de seksuele moraal van de Kerk als een boos­doe­ner werd ervaren en het ‘weigeren’ van bij­voor­beeld de heilige communie. Hierin komt tot uiting dat mensen er moeite mee hebben als iemand zich opstelt als degene die ‘het weet’ en zij zich moeten laten gezeggen, als zij ervaren dat iemand niet naast mensen gaat staan, lijkt te willen heersen in plaats van te dienen. Waar het oor­deel klinkt, stokt het gesprek. Dat wil overigens niet zeggen dat de inhoud van het geloof met de ‘moei­lijke’ kanten van het evan­ge­lie daarom maar niet verkon­digd moet wor­den, maar de wijze waarop dat gebeurt, doet er wel veel toe. Tijs van den Brink onder­streepte het belang om in gesprek te blijven.

In de afleve­ringen van “Adieu God” blijkt overigens ook dat er ook bij mensen die afscheid hebben geno­men er toch vaak iets overblijft: een verlangen naar geloof, een hoop op een hiernamaals, een in­spi­ra­tie om goed te doen en er voor anderen te zijn, enzo­voorts. Een bij­zon­dere (geloofs)erva­ring speelt vaak een rol om de weg naar God te (her)ontdekken.

Na een pauze werd de mid­dag voort­ge­zet met gesprek in groepjes aan de hand van vragen die pas­to­raal supervisor Frans Geels pr. voorlegde. Tijdens de vespers heb ik er nog aan toe­ge­voegd dat mij was opgevallen dat mensen door moei­lijk­he­den en hef­tige gebeur­te­nissen op een soort kruis­punt staan: wie een kind verliest bij­voor­beeld ‘moet’ kiezen, die gebeur­te­nis kan lei­den tot meer en dieper geloof en tot verwer­ping van het geloof.

Met een borrel werd een goede, vrucht­ba­re mid­dag afgesloten. Goed vijf­tig pas­to­rale krachten hebben aan deze mid­dag deel­ge­no­men.

Terug