Arsacal
button
button
button
button


Met Maria... ruimte maken voor God...

Vierde zondag van de advent B

Overweging Preek - gepubliceerd: zondag, 21 december 2014 - 981 woorden
afbeelding van de H. Bavo die een dode opwekt, in de St. Bavokerk, Heemstede
afbeelding van de H. Bavo die een dode opwekt, in de St. Bavokerk, Heemstede

Op de vierde zon­dag van de advent was ik voor de heilige Eucha­ris­tie in de H. Bavo­kerk in Heem­ste­de, een regio waar ik nu nogal eens kom omdat ik er tij­de­lijk admini­strator van ben. Het evan­ge­lie was dat van de aan­kon­di­ging door de engel Gabriël aan Maria uit het Lucas evan­ge­lie.

Homilie

Vandaag komt Maria in beeld bij onze voor­be­rei­ding op het kerst­feest.
Maria heeft bij veel mensen
- over heel de wereld -
een speciaal plekje.
Hoeveel kaarsen wor­den er opgestoken,
hoeveel bede­vaarten gemaakt,
hoeveel rozen­kransen gebe­den
ter ere van haar!?
Hoe komt het dat zoveel mensen
door Maria geraakt zijn?
Als het over Maria gaat,
gaat het eigen­lijk ook over ons.
Vandaag horen we hoe Maria
zich open stelt voor God
om Jezus te ont­van­gen
en dan gaat het ergens ook over ons:
dat wij ruimte maken om Hem te ont­van­gen.
Maria is een moeder voor de mensen,
zij is een gelo­vi­ge,
een een­vou­dige mens zoals wij.

Wees gegroet

De bood­schap van de engel aan Maria
is een van de mooiste en meest bekende evan­ge­lies,
bijna net zo bekend als het kerst­ver­haal
en afge­beeld door tal­loze schilders, teke­naars en beeld­hou­wers.
De engel Gabriel komt bij de maagd Maria
en groet haar met de woor­den
die wij tal­loze maken herhalen:
Wees gegroet, Maria,
vol van genade,
de Heer is met U,
gij zijt de gezegende onder de vrouwen.
Deze woor­den zijn in de voor­ge­le­zen evan­ge­lie-vertaling
iets anders weerge­ge­ven,
maar het is dezelfde tekst
als die wij zo dikwijls herhalen in het Wees gegroet.
Maria wordt hier gevraagd en uit­ge­no­digd
om de moeder te wor­den
van Jezus de Heer en Ver­los­ser
en daar­mee wordt zij in feite gevraagd
om een unieke en heel bij­zon­dere mede­werkster te wor­den
van wat Jezus hier op aarde komt doen:
ons verlossen,
er zorg voor dragen dat in het leven van mensen
de dood en het lij­den niet meer het laatste woord hebben,
maar het leven en het geluk.

Nood leert bid­den en waar­de­ren...

Jezus is geko­men om van lij­den en kwaad
een soort tunnel te maken,
waar we door­heen gaan, op weg naar iets mooiers,
naar vreugde en vrede;
dat mooie, die vrede gaan mensen vaak als iets heel kost­baars waar­de­ren
juist wanneer zij hier op aarde door zoveel heen moeten.
Het is een beetje be­grij­pe­lijk dat mensen in arme lan­den,
mensen in nood
vaak gelo­vi­ger zijn:
zij weten waar­schijn­lijk beter en meer
dat eeuwig geluk te waar­de­ren
dan mensen hier
die vaak een soort hemel op aarde lijken te bezitten.
Van oudere mensen of vroeger van onze ouders
kon­den we horen ver­tellen
hoe druk het tij­dens de tweede wereld­oor­log
in de kerken was;
we zeggen niet voor niets dat nood leert bid­den....
Als je het vre­se­lijk goed hebt,
lijkt de hemel niet zoveel extra' s te bie­den,
heb je niet zoveel reden om naar een hemel te verlangen....
Toch weten we allen
dat als je het leven zonder geloof bekijkt,
dat leven een afgang is,
een weg naar de dood
die dan het laatste woord heeft.

Door Jezus komt het Leven met een hoofd­let­ter
en daaraan geeft Maria haar mede­wer­king;
daarom wordt Maria wel
de moeder van alle leven­den genoemd.
Maria wordt dus gevraagd
om mee te werken aan die verlos­sing
die Jezus haar Zoon ons komt brengen
en die mis­schien in de ene tijd
een beetje meer ge­waar­deerd wordt dan in een andere tijd.

Be­ge­na­digd, uit­ver­ko­ren... ook wij

Tege­lijker­tijd zegt de engel Gabriel tot Maria
dat zij de Be­ge­na­digde is, vol van genade.
Dat betekent
dat Maria door God al is voor­be­reid op deze dag
waarop de engel haar komt vragen.
God had haar al uit­ver­ko­ren en bestemd
om de vraag van de engel te be­ant­woor­den.

Wat aan Maria wordt gezegd,
geldt in zekere zin ook voor ons:
ook wij zijn ge­roe­pen
om mee te werken aan de verlos­sing,
om mede­wer­kers te zijn van de komst
van Gods ko­nink­rijk in de harten van mensen,
wegbereiders te zijn voor de genade.

Hoe kunnen we zo' n wegbereider zijn?
Het zit ' m vaak in kleine dingen:
in een goed woord dat je spreekt,
in de aan­dacht die je voor iemand hebt,
in een liefde­vol gebaar,
een woord in geloof ge­spro­ken,
een gebed, een klein offer,
wanneer we niet opgaan in onze eigen gevoelens
maar echt proberen open te staan voor een ander,
voor wat anderen moeten lij­den,
voor wat anderen beweegt.
Zijn we soms niet een beetje te schuw gewor­den
om eens een woord van geloof te spreken,
uit te komen voor een gelo­vi­ge over­tui­ging,
ver­trouwen te tonen?

Wij zijn ge­roe­pen om op onze manier
en met onze moge­lijk­he­den
dat "ja" uit te spreken
dat Maria heeft gezegd
toen zij aanvaardde om moeder van Jezus te wor­den.
Maria deed dat als be­ge­na­digde,
als mens die was voor­be­reid door de kracht van Gods genade.
Maar ook wij hoeven het niet uit eigen kracht te doen.
Ik denk dat we allemaal weleens een moment hebben gehad
waarop we dachten:
ik word geleid,
ik ben hier­naar toe gestuurd of:
ik kreeg de woor­den inge­ge­ven,
hoe het kwam weet ik niet,
maar ik zei precies de juiste woor­den op de juiste plaats....
En soms ervaren we echt een roe­ping:
dit moet ik doen, dit hoort bij mijn leven,
dit is mijn weg,
dit is het uit­ein­delijk wat God van mij wil...
Ook wij zijn voor­be­reid, be­ge­na­digd,
ook in ons is die genade werk­zaam.

Een mooi kerst­feest gewenst...

We staan vlak voor het kerst­feest.
Ik hoop dat het voor ons allen
een mooi en zin­vol kerst­feest mag wor­den
en dat we daarbij ook
een beetje zullen kijken naar Maria,
die ruimte maakte om God te ont­van­gen:
dat ook wij open mogen zijn zoals zij voor anderen,
vooral voor de kleinen, de mensen in nood,
voor wie alleen staan
voor wie een luis­te­rend oor best weleens kunnen gebruiken,
en bovenal open voor God
die ons in dit kleine kerst­kind
deze week weer tegemoet komt.
Amen.

Terug