Arsacal
button
button
button
button


Met alleen maar redeneren kom je er niet

Nachtmis in Schoten (Haarlem-Noord)

Overweging Preek - gepubliceerd: woensdag, 24 december 2014 - 1048 woorden
kerststal op Sint Pietersplein
kerststal op Sint Pietersplein

Voor de nachtmis was ik in de H. Maria­kerk in Haar­lem Noord (Schoten) waar het dames en heren­koor bepaald niet onver­diens­te­lijk een Mis van Bruckner zong en de vrij­wil­li­gers alles op alles moesten zetten om na een kinder­vie­ring alles weer op orde te hebben voor de Nachtmis. Zonder al die mensen die zich vrijwillig inzetten zou het niet lukken....

Homilie

Fijn dat U geko­men bent
om deze nachtmis mee te vieren.
De kerk is van­avond
als de stal van Beth­le­hem.
In het donker zijn we er naar toe getrokken
om Jezus de Heer te aanbid­den,
dat pas­ge­bo­ren Kind
dat in de kribbe ligt.

Welke ster leidt je?

Mis­schien dat ook wij daarbij wer­den geleid door een ster,
zoals eens die wijzen uit het oosten,
- “de drie koningen” noemen we ze meestal -,
die achter de ster aan­trok­ken
die hen bij dit Kind bracht.
Hopen­lijk heb je zelf ook wel
zo’n ster in je leven,
iets dat je rich­ting geeft:
dat kan een diep gevoel zijn
van wat goed en waarde­vol is in het leven,
een over­tui­ging dat je
een bepaalde rich­ting op moet gaan,
een ding moet doen,
of dat je Gods lei­ding ervaart
en Maria naast je voelt staan;
zo hoop ik voor ons allen
dat er iets of beter Iemand is
die je inner­lijk verwarmt en blij maakt,
iets wat je leven kleur en glans geeft.
Ik wens ons dat toe:
zo’n ster die de weg wijst,
die helder­heid, glans en een doel geeft
aan het leven.

Welke engel spreekt je aan?

Maar er is na­tuur­lijk meer in het kerst­ver­haal
dat dit zo’n bij­zon­der gebeuren maakt.
Daar zijn bij­voor­beeld de engelen,
die de vreug­de­volle bood­schap brengen
en die samen de eer van God bezingen,
hun “Gloria in excelsis”.

Engelen zijn po­si­tie­ve wezens.
Zo klinkt dat ook in onze taal:
“Je bent een engel”
of: “Zij of hij was mijn red­dende engel”,
zeggen we als iemand ons gewel­dig geholpen heeft.
Bij het kerst­di­ner kan het zijn dat het smaakt
alsof er een engeltje over je tong fietst
(om de oor­spron­ke­lijke versie van dit gezegde
hier maar even niet te gebruiken)
en als iemand ontsnapt aan een netelige situatie
zeggen we dat hij een goede engelbe­waarder heeft gehad.
Engelen zijn dan ook heel populair.
Hun naam komt uit het Grieks
en betekent let­ter­lijk “bood­schapper”,
omdat zij heel vaak, zoals in het kerst­ver­haal,
een bood­schap aan mensen moeten over­bren­gen.
Jezus zegt dat wij eens zelf als engelen zullen zijn,
wanneer we in de hemel komen
en toen zijn zoontje Constan­tijn gestorven was
vond de dichter Joost van den Vondel
veel troost in de gedachte
dat het kind nu als een engeltje in de hemel was.
Ik heb vaker van mensen gehoord
dat zij een dier­ba­re over­le­de­ne
als het ware als een engel voor zich zagen
of dat zij het gevoel had­den gehad
dat er een engel naast hen stond
die hen leidde of stuurde.

Engelen door­bre­ken dus het dage­lijkse leventje,
de con­flic­ten en problemen die mensen hebben,
de zorgen over werk, gezin, familie, geld, ge­zond­heid;
zij breken de hemel voor ons open.
Zo’n engeltje hebben we mis­schien ook weleens.

Ervaren, niet alleen redeneren...

Zo’n erva­ring kan soms heel be­lang­rijk zijn.
Je wordt je dan ineens bewust
dat er méér is dan de platte wer­ke­lijk­heid van deze wereld.
Een bewust­zijn dat mis­schien niet heel erg binnen­komt
als je druk bent met de dage­lijkse dingen of vol ac­ti­vi­teiten
en er verder geen grote vragen of problemen zijn.
Iemand kan bij wijze van spreken
iedere dag op weg naar zijn werk
langs een persoon komen
die op straat het evan­ge­lie staat te ver­kon­di­gen
en je duizend keer toeroept: “God bestaat!”
en je kunt duizend keer je sch­ou­ders ophalen,
denken: “Die vent is gek”
en verder gaan
tot het moment dat je zelf iets ervaart,
dat het binnen komt,
dat je het meemaakt en beleeft,
dat je uit je gewone rol­pa­troon gehaald wordt,
er een paar luikjes open gaan
en er hemels licht naar binnen valt.
Dan ervaar je dat er meer is,
je ervaart dat God bestaat
en dat Hij liefde is.

Als je verstan­de­lijk gaat redeneren,
wordt het vaak helemaal niks.
Dan zou je kunnen zeggen:
Hoe kan het dat God liefde is,
als er zoveel oorlog en geweld is?
Hoe kan het dat God liefde is
als er zoveel mensen lij­den?
Maar ja, een echt ant­woord krijg je niet;
het ant­woord is alleen: een klein kind in de kribbe,
uit­ge­sto­ten door de mensen, een vluch­te­ling,
die, eenmaal opgegroeid, mis­handeld wordt
en moet sterven aan een kruis;
dat is Gods ant­woord op onze men­se­lijke vragen.
Onze vragen zijn vaak te veel
men­se­lijk gere­deneer;
je kunt alle argu­menten op een rijtje hebben
en dan heb je vast helemaal gelijk, zo logisch als het is.
Maar al ons men­se­lijk gere­deneer houdt stil
voor de redenen van ons hart;
Verge­lijk het eens met de liefde voor een vrouw:
een vrouw kan mooi zijn of lelijk,
leuk gekleed of niet zo fraai,
maar de liefde is iets anders;
je ruilt de vrouw van wie je houdt niet in
als ze oud wordt of ge­han­di­capt,
dat is de liefde, de liefde kijkt anders.
Zo is geloven en ver­trouwen
niet alleen iets van een redenerend verstand,
maar ook en vooral van ons hart

Dan ervaren we hoe be­lang­rijk het is in ons leven
niet alleen te redeneren
maar van binnen geraakt te wor­den,
te beleven en te ervaren.
Dat hebben we niet helemaal in de hand,
we kunnen alleen de voor­waar­den scheppen,
open staan.

Eenvou­dig open staan

De herders in het veld waren een­vou­dige mensen,
vele nachten brachten ze buiten door,
verbon­den met de natuur,
stil over­we­gend, wakend bij hun kudde.
En de wijzen uit het oosten
waren Godzoekers,
in boeken en sterren zochten zij
naar de zin van het leven.
De herders en de wijzen
ver­keer­den in het duister,
let­ter­lijk gingen zij door de nacht,
het was donker om hen heen.
Maar zij waren zoekend,
ze waren ermee bezig,
ston­den open voor dat mysterie,
voor de zin van het bestaan,
voor het geheim dat hun werd geopen­baard
door de engel, door de ster;
en het was die prach­tige ster
die de weg naar het konings­kind wees,
en het was die engel van de Heer
die aan de herders een magnifieke bood­schap bracht:
“Heden is je een Redder geboren,
Christus de Heer”.

Kom, laten ook wij Hem zoeken,
laten we op weg gaan
die ster achterna!

AMEN

Terug