Arsacal
button
button
button


Weet je nog dat je Zijn heerlijkheid hebt gezien?

2e Zondag in de Veertigdagentijd B

overweging_preek - gepubliceerd: zondag, 1 maart 2015
Gedaanteverandering op de berg Tabor
Gedaanteverandering op de berg Tabor

Op de tweede zondag van de veertigdagentijd was ik in de St. Bo­ni­fa­tius­parochie in Zaandam, omdat pastoor André Goedhart voor een operatie in het ziekenhuis verblijft. Het gaat hem gelukkig goed, nu moet hij revalideren. De gemeen­schap kerkt op dit momen in een nabij­ge­le­gen pro­tes­tantse kerk, omdat de eigen kerk niet bruikbaar is en nu in afwachting is van de res­tau­ra­tie van de vloer.

Daarvoor zijn plannen ontwikkeld en subisdies en bijdragen gevraagd en het ziet er naar uit dat het allemaal gaat lukken en de mooie neogotische Sint Bo­ni­fa­tius­kerk in het centrum van Zaandam behouden kan blijven.... We wensen het de gemeen­schap van harte toe.

Hieronder de homilie die ik op deze zondag heb gehouden.

Homilie

De mooie ervaring

Hoe zouden die apostelen Petrus, Jakobus en Johannes
zich hebben gevoeld
toen ze samen met Jezus die berg afdaalden,
nadat zij hun vriend en Heer
stralend wit hadden zien schitteren
en in gesprek hadden gezien met Mozes en Elia,
die twee grootste figuren uit het Oude Testament,
die in hun persoon
Wet en Profeten ver­te­gen­woor­digden?
Wat zullen ze gedacht hebben en gevoeld, die apostelen?
Hebben we gedroomd?
Is dit werkelijk gebeurd?
Hebben we het ons verbeeld?
En tegelijk was er een innerlijke vreugde waar­schijn­lijk
om die mooie ervaring,
dat er even een deur naar de hemelse heerlijkheid
was open gegaan.

En toen ze weer gewoon beneden waren
en het dagelijks leven verder ging
en het verzet tegen Jezus langzaam sterker werd,
die weerstand die Jezus tenslotte
aan het kruis zou brengen,
toen leek dat gebeuren, daar boven op die berg,
waar­schijn­lijk heel ver weg.

Het negatieve trekt de aandacht...

Misschien hebt U zo’n soort ervaring
ook weleens opgedaan.
Over het algemeen zijn we geneigd
de nare en moeilijke dingen goed te onthouden
terwijl de mooie dingen
net iets minder indruk maken.
Als onze dag best goed is geweest,
we hebben prettig gewerkt,
gezellig dit of dat gedaan,
leuk gesproken met die en die,
enzovoorts, enzovoorts,
gewoon een goede dag,
maar er zat
tussen alle gebeur­te­nissen van die dag
ook een nare ervaring:
iemand die ons een snauw gaf, pijn deed,
of dat er iets mis ging,
dan onthouden we gemakkelijk
vooral dat ene negatieve ding
en vergeten alles wat mooi en goed was.

Zo gaat het ook in ons geloof:
af en toe geeft God ons een teken van Zijn nabijheid,
van Zijn heerlijkheid
en van het geluk dat ons te wachten staat,
zoals Hij dat hier in het evangelie
aan zijn apostelen doet.
En toch zullen we iedere keer
als het ons tegen zit,
die tekentjes van Gods liefde,
die kleine luikjes die opengingen naar de hemel,
gemakkelijk vergeten.

Gesterkt voor het lijden

Ieder jaar op deze tweede zondag
van de veertigdaagse vastentijd
horen we het evangelie van de gedaanteverandering
- dat de leerlingen de heerlijkheid van Jezus mochten zien
en opnieuw die stem uit de hemel mochten horen
dat Jezus Gods welbeminde zoon is.
We zijn in deze tijd op weg
naar de herdenking
van het lijden, sterven en verrijzen van Jezus.
Straks in de week voor Pasen
zullen we daar bij stilstaan
en meeleven met wat Jezus overkwam
en dat Hij dit voor ons deed.

De lezingen verwijzen daar vandaag al naar:
het verhaal van Abraham
die zijn zoon Izaäk moet offeren,
is geen verhaal over een wrede God
die het wel een goed idee zou vinden
dat we kinder-offers zouden brengen.
Natuurlijk niet!
God had Izaäk als het ware uit de dood gered,
omdat Hij op het laatste moment
Abraham tegenhield
om die afschuwelijke daad te begaan.
Dat verhaal is een beeld, een voorafbeelding
van het offer van Jezus, de Zoon van God,
die de Vader in de hemel ons gegeven heeft
en die zichzelf offert op het kruis.
Dat is een offer uit liefde voor ons,
het is een lijden en een verdriet
waar heel veel goeds uit voortkomt.
Maar de Vader heeft Hem gered uit de dood
en deed Hem verrijzen in heerlijkheid.

En om de apostelen te sterken
voor dat verdriet, voor het lijden dat zou gaan komen,
mochten ze even
de heerlijkheid van Jezus zien,
daar boven op die berg.

Vergeet de mooie dingen niet

Dit alles is ook een uit­no­di­ging aan ons:
af en toe gaat er een luikje open
en zien we even iets van de hemel,
ervaren we Gods aanwezigheid,
Zijn werkzaamheid en liefde.
We zijn misschien geneigd om dit gauw te vergeten;
de lasten van het leven drukken ons
vaak harder naar beneden
dan de vreugden ons opheffen.
Maar, vergeet de mooie dingen niet;
doe als Maria en bewaar
de dingen die God heeft gedaan in je hart.
Hij heeft ons aangeraakt met Zijn liefde,
maar ga dan niet weer twijfelen;
Hij heeft ons ook veel moois gegeven,
laten we ons dan niet overdonderen
door de moeilijke ervaringen.
Tel je ze­ge­ningen, tel ze één voor één!
Leef met het vertrouwen
dat je wel je kruis moet dragen
en net als Jezus en de apostelen
door die tijd van lijden en gemis heen moet,
maar dat je op weg bent naar het licht,
naar een vreugde die niemand zich kan denken,
die al onze verwachtingen overtreft.
Nee, in de hemel eten we geen rijst van gouden bordjes,
niemand weet hoe het eruit ziet,
we weten alleen
dat we daar gelukkig zullen zijn
omdat God er alles is in allen.
Daar is alleen maar goedheid, alleen maar liefde,
geen kwaad, geen haat, geen lijden meer.

We zijn op weg...

Het Joodse volk was veertig jaar
door de woestijn getrokken
voordat ze aankwamen in het beloofde land.
Die tocht door de woestijn was moeilijk:
de hitte, de droogte, onveiligheid,
epidemieën, honger en dorst,
bekoringen van geld en goed
bekoringen om Gods geboden te vergeten,
alles heeft dat Joodse volk daar toen wel meegemaakt.
Maar af en toe kwam er een teken:
water uit de rots, manna uit de hemel,
kwartels streken neer, genezing werd gegeven.
Temidden van de tegenslagen
waren er tekens van God
van Zijn aanwezigheid en werkzaamheid
en daar moest dat volk zich op richten.
Zo kwamen ze aan in het Beloofde Land
en was die tocht door de woestijn
een soort retraite geworden,
een geestelijke vorming, een geestelijke groei.

Voor ons is dat niet anders.
We zijn op weg, op reis door het leven.
Eigenlijk is het maar kort,
hoe ouder we worden
hoe meer we ons realiseren
dat het allemaal snel voorbij gaat.
Er zijn veel negatieve ervaringen:
lijden, eenzaamheid, verdriet;
er zijn veel bekoringen,
want er is veel verloedering om ons heen,
kwade machten, de duivel hebben vrij spel,
we worden op de proef gesteld.
Maar af en toe krijgen we een teken,
zoals de apostelen op de berg van de gedaanteverandering
waar Jezus voor hen schitterde en straalde.
Daar moeten we het mee doen.
Die kleine cadeautjes moeten we goed bewaren
en er echt van genieten,
we hebben ze nodig
om ons hart niet te verliezen
aan het kwaad,
ons niet te laten ontmoedigen
door tegenslag,
om niet te denken
dat het allemaal alleen maar zwart
van lijden is.

Onze berg

En af en toe mogen wij ook even die berg opgaan
waar we Jezus in heerlijkheid kunnen ontmoeten.
Misschien is die berg voor U
een reis naar Lourdes, naar Rome, stil gebed,
genieten van Uw kind of kleinkind,
of een dag van bezinning
of wat dan ook....
ga af en toe even naar boven
om die heerlijkheid te zien
en die stem te horen:
“Dit is Mijn Zoon,
de Welbeminde,
luistert naar Hem”.
Niet naar diegene die ons
woorden van ontmoediging,
van negativiteit en van kwaad influistert,
nee: luistert naar Hem!

Amen.

Terug