Arsacal
button
button
button


Pelgrims onderweg... doorgaan met het doel voor ogen...

Stille Omgang

overweging_preek - gepubliceerd: zondag, 22 maart 2015
Jongerenviering in de St. Nicolaasbasiliek
Jongerenviering in de St. Nicolaasbasiliek

In de nacht van 21 op 22 maart werd de jaarlijkse Stille Omgang gehouden te gedachtenis van het Sacrament van Mirakel: een zieke man braakte de heilige hostie uit de hij ontvangen had. De hostie bleef zweven boven het vuur waarin die was geworpen.

Dit goed gedocumenteerd gebeuren uit het jaar 1345 vormde het begin van Amsterdam als inter­nationale bede­vaarts­plaats, wat het bleef tot de pro­tes­tantse godsdienst de officiële en de katholieke godsdienst ongeoorloofd werd. In de Sint Nicolaas­ba­si­liek werd de jongeren­bij­een­komst gehouden, waar ik een deel van heb bijgewoond; mgr. Jozef Punt was de celebrant en hield een gloedvolle preek waarin hij opriep om niet op menselijke zekerheden te bouwen, maar op het feit dat we kinderen van God zijn; zo zijn we als pelgrims onderweg.

In de nieuwe Augustinus­kerk in Amsterdam-Noord heb ik de heilige Mis gevierd voor de Westfriese bede­vaart: 140 mensen die met de bus en 70 mensen die helemaal te voet uit Westfries­land waren gekomen. Na de Eucha­ris­tie­viering hebben we vervolgens de Stille Omgang gehouden, volgens het vaste parcours dat sinds de Middeleeuwen wordt gevolgd.

Tijdens de Eucha­ris­tie­viering heb ik de volgende homilie gehouden:

Homilie

Broeders en zusters,

Het is goed dat U
als pelgrim naar Amsterdam
gekomen bent
om de Stille Omgang te lopen
ter ere van het Sacrament van Mirakel.
Er zijn er onder U
die al vele tientallen jaren meedoen
en ik denk dat de Stille Omgang
er voor velen onder U
gewoon bij hoort.
Een mooie traditie!
Die zwijgende tocht
door het hart van de stad
geeft ons gelegenheid
om stil te bidden en te mijmeren,
wat na te denken, te overwegen
over die pelgrimstocht die ons leven is.

Als pelgrim...

Ik weet natuurlijk niet
hoe U het op dit moment maakt:
er zijn tijden in ons leven
dat alles zo tamelijk zijn gangetje gaat
en er zijn momenten dat er iets gebeurt
dat alles op zijn kop zet,
bij­voor­beeld wanneer een dierbaar iemand overlijdt:
een ouder, een vriend, je man of vrouw,
of wanneer we te maken krijgen met ziekte.
Het kan ook gebeuren
dat ons ineens een groot geluk ten deel valt:
een geboorte, een baan, een huis, een fijn leven
in ver­bondenheid met elkaar.
Dat zijn de pieken en dalen op die pelgrimstocht.

Wat maakt een pelgrim mee?

Wij komen dus van­avond als pelgrim.
Als je een pelgrim bent, heb je een doel,
je bent op weg naar iets
en dat doel bepaalt eigenlijk alles.
Natuurlijk, voor het ritje naar Amsterdam van­avond
zal het onderweg-zijn niet zo’n grote rol hebben gespeeld,
dat is natuurlijk al weer heel anders
voor degenen die hierheen zijn komen lopen!
Of stel U zo’n grote pelgrimage in je eentje voor,
een voet­reis bij­voor­beeld naar Jeruzalem,
naar Rome of Santiago de Compostella,
zoals mensen die soms maken
op een keerpunt van hun leven.
Je gaat op weg
en onderweg gebeurt er natuurlijk van alles.
Dan weer wordt de pelgrim achtervolgd
door een grote, gevaarlijke hond,
dan weer ontmoet hij mensen,
die hem nieuwe inzichten geven,
dan weer stormt en hagelt het,
dan weer is het prachtig weer.
Allerlei herinneringen komen op
en soms willen zijn voeten niet meer,
moet de pelgrim pas op de plaats maken.
Toch is en blijft die pelgrim op weg,
op weg naar een doel,
wat hij of zij op een dag hoopt te bereiken.

Als je zo’n pelgrims­reis wilt beginnen,
heb je daar van tevoren natuurlijk al
over nagedacht:
je weet en je realiseert je dat dit er allemaal bij hoort,
dat er onverwachte dingen kunnen gebeuren
en je leest hoe andere pelgrims het hebben gedaan,
over hun ervaringen,
hoe ze bij tegenslag
toch weer moed hebben geput
en kracht hebben gevonden om verder te gaan.

Pelgrimage naar het beloofde land

In de bijbel is hét beeld van zo’n pelgrimage
de tocht van de Joden door de woestijn:
veertig jaren trokken zij voort,
op weg naar het grote doel,
dat beloofde land.
Soms hadden ze honger, soms hadden ze dorst,
soms werden ze overvallen
of kregen ze te maken met besmettelijke ziekten
en soms ook weer mochten ze even ervaren
dat Onze Lieve Heer hen toch niet had vergeten...
Soms raakten ze ontmoedigd, een beetje depri
en wilden het opgeven:
“Laat ons maar sterven in de woestijn”,
een soort verlangen naar euthanasie.
Maar dan kregen ze gelukkig weer kracht,
vatten moed
en gingen door
onder leiding van de Heer
en van Mozes Zijn dienaar.

Doorgaan met het doel voor ogen...

Ook heel ons leven is zo’n pelgrimstocht
en we maken allemaal
precies dezelfde gevoelens mee
als een pelgrim op zo’n lange tocht:
gevoelens van enthousiasme en ontmoediging,
van intens geluk en van droefheid,
van samen-zijn en van eenzaamheid,
het komt allemaal voor,
maar we zijn pelgrims,
en we hebben een doel,
we moeten door,
we moeten er niet in vast raken.
“Een pelgrim gaat voort,
ontvankelijk voor ‘t onverwachte...”.
Het is het thema van de Stille Omgang
van dit jaar.
Die ontvankelijkheid voor het onverwachte
gaat dus naar twee kanten:
soms maken we het niet zo best,
is het geluk vrij ver te zoeken:
houd dan je hart toch open,
zie uit naar iets nieuws,
verwacht het onverwachte,
ga voort, ga erop uit,
en probeer de mooie dingen om je heen
te blijven zien.
Alles ziet er natuurlijk
veel mooier uit
als de zon schijnt,
maar toch is dat mooie er nog steeds
als er een flinke zonsverduistering is.

Ga er niet in op...

Sta open voor het onverwachte
en vertrouw dat de Heer je
na de tijden van lijden
ook het geluk weer zal laten zien,
dat het hier en nu niet alles is.
En aan de andere kant:
als alles goed gaat, je bent gelukkig,
het gaat fantastisch
met de studie, met je baan,
met je gezin of met je vrienden,
ga er dan niet in op
alsof er niets anders is.
Sta niet toe dat dit leuke
alleen je wereld is.
Zoveel mensen leven in lijden en nood,
verkeren in de vreselijkste omstandigheden.
Op een paar uur vliegen van ons vandaan
worden op dit moment mensen
- mede-christenen vaak -
vervolgd en gemarteld door IS,
leven mensen in oorlog en zonder perspectief.
Sta dan niet toe
dat de eigen horizon niet verder reikt
dan de eigen voorspoed,
maar laten we al die broeders en zusters in nood
niet vergeten.
Ook ons eigen geluk is broos en breekbaar,
misschien is het zo weer voorbij,
het biedt geen echte zekerheid.
Resultaten uit het verleden,
bieden geen garantie voor de toekomst.

Dat is niet om somber en ontmoedigd
van te worden,
maar om als een pelgrim voort te kunnen gaan,
met beide benen op de grond te staan,
uit­ein­de­lijk meer te leven uit vertrouwen,
dan uit onze eigen kracht.

Een kwestie van vertrouwen

We zijn hier samen
om het Sacrament van Mirakel te eren,
het heilig Altaars­sa­cra­ment.
Precies dit alles zit
in iedere heilige Eucha­ris­tie die wij vieren,
in iedere heilige communie
die wij ontvangen.
Het is de Heer die daar komt.
In de Eucha­ris­tie en de heilige Communie
wil God ons laten zien:
“Ik ben bij je,
ik ben er voor jou”.
Of zoals de eerste lezing het vandaag zei:
‘Ik zal hun God zijn
en zij zullen mijn volk zijn,
Ik sluit met hen een nieuw ver­bond’.
Als we straks door de stad lopen
na de Eucha­ris­tie te hebben gevierd
en de heilige communie
te hebben ontvangen,
is die tocht dus een beeld van ons leven:
wij zijn pelgrims onderweg,
de Heer is erbij
wat er ook gebeurt.
Dat is een kwestie van vertrouwen,
je kunt het niet zien,
want de Heer is verborgen,
zoals Hij in de hostie bij ons komt:
Hij is er
maar verborgen
onder de gedaante van het Brood.
Met Hem optrekken
en Hem herkennen,
dat is de levens­kunst van de pelgrim.

Eucharistisch leven

Tegelijk hebben de heilige Eucha­ris­tie en die hostie
ook de andere kant:
de viering gaat over het lijden en de kruisdood van Jezus.
Die gaat over Jezus die zich opoffert voor ons:
‘Mijn lichaam, gegeven voor U,
Mijn bloed voor U vergoten’.
Als de priester bij het uitreiken van de Hostie
ons dus zegt:
“Lichaam van Christus”,
gaat het over Jezus in Zijn lijden,
Hij komt bij ons met Zijn lijden;
het kruis hoort erbij,
als je het kruis weggooit,
komt het dubbel zo zwaar terug,
maar een kruis dat je opneemt
draagt vrucht.
Als we liefhebben moeten we lijden,
dat kunnen we niet vermijden;
Jezus zegt vandaag in de evangelielezing:
“Als de graankorrel
niet in de aarde valt en sterft,
blijft hij alleen;
maar als hij sterft
brengt hij veel vruchten voort”.
Wie opoffert, zich geeft uit liefde
heeft het niet gemakkelijk,
maar wordt een graankorrel,
draagt vrucht.
Wat denken we met dank­baar­heid terug
aan mensen
die ons veel liefde hebben gegeven,
ook en juist als ze er niet meer zijn...
Zo wordt het lijden van Jezus in het evangelie
een “ver­heer­lij­king” genoemd.
Langs die weg bracht Jezus
verlossing tot stand.

Voortgaan als pelgrim

Laten we voortgaan als pelgrim,
want een pelgrim heeft een doel,
hij kijkt vooruit,
hij is op weg,
open voor het onverwachte
en met vertrouwen dat het goed komt,
dat God een laatste woord
van vrede spreken zal.
AMEN.

Terug