Arsacal
button
button
button
button


Op weg naar Aswoensdag...

begin van de veertigdagentijd

Overweging Preek - gepubliceerd: maandag, 20 februari 2012 - 1157 woorden
Op weg naar Aswoensdag...

Er zijn momenten in ons leven dat God ons heel nabij is en andere momenten dat we ons niet zo door Hem gedragen voelen. Als je in vreugde en vrede bent, als je Onze Lieve Heer dicht bij je weet, als je je dank­baar voelt om alles wat Hij je heeft gegeven, om de weg waarop Hij je heeft geleid, dat Hij je heeft bewaard voor bepaalde moei­lijk­he­den, als dat in je overheerst, dan zal er niet zo gauw een kwaad woord over je lippen komen, dan zullen er vrede­volle en vreug­de­volle gedachten en woor­den uit je hart komen, omdat je hart daar vol van is. Je bent immers zelf in vrede en vreugde, wat zóu er dan anders uit je kunnen komen dan wat daaraan beant­woordt? En als je er zo aan toe bent, doe je ook niet zo gauw zonde.

Terwijl op een ander moment als je zelf agressieve gevoelens hebt naar anderen toe, als je te veel bent mee­ge­gaan in wereldse dingen, te weinig in de sfeer van God, om zo te zeggen, hebt geleefd, of als je nega­tief en mopperig bent, als je te gestresst bent, als je te hard gewerkt hebt en eigen­lijk alles waardoor je die inner­lijke ruimte, vrij­heid en vrede wat kwijtraakt, alles waardoor je minder vanuit je gebed hebt geleefd - als bij­voor­beeld het gebed meer een formali­teit werd, een opgezegd iets, dan iets van je hart en ziel – dan is Hij – Onze Heer – niet zó bij je aanwe­zig als op die momenten van vrede en vreugde (een vrede en vreugde die overigens niets te maken hebben met de vraag of het je allemaal voor de wind gaat of niet: je kunt vervuld zijn van vrede en vreugde, terwijl je lijdt, omdat je weet en ervaart: Híj is er, Hij is bij mij).

Als je Hem op die manier wat kwijtraakt, Hij je niet zo leven­dig voor ogen staat, je hart niet zo vol is van Hem, je in beslag geno­men wordt door je gevoelens, dan kom je ge­mak­ke­lijker tot zonde, terwijl je als je in vreugde en vrede bent, je bijna auto­ma­tisch tot goede daden en goede woor­den komt. In die vreugde en vrede, met Hem in je hart, kun je ook de goede beslis­singen nemen, terwijl je maar het beste niets kunt ver­an­de­ren, als je in een dipje bent, het niet zo ziet zitten, of kwaad bent of angs­tig, of hoe dan ook verwijderd van God.

Nu is het niet altijd zo ge­mak­ke­lijk om die vrede en vreugde weer terug te krijgen als je die kwijt bent geraakt. Er zijn zaken waar je je erg veel zorgen over maakt, dingen die je in beslag nemen en je hebt geen knop die je om kunt zetten; je kunt inder­daad goed zeggen dat je dan meer moet bid­den, maar het bid­den gaat dan juist moei­lijker. Jezus geeft vandaag in het evan­ge­lie in zekere zin een ant­woord op die vragen. De mensen kwamen Jezus vragen waarom Zijn leer­lin­gen niet vasten, terwijl de leer­lin­gen van Johannes en de Fari­zeeën wél een vasten­dag hiel­den.

De Fari­zeeën had­den als supervromen de gewoonte aan­ge­no­men om twee dagen per week te vasten, terwijl voor de Joden in het alge­meen alleen de Grote Verzoen­dag, een Joodse gedenk­dag, als vasten­dag was voorge­schre­ven naast vasten­da­gen die wer­den gehou­den in bij­zon­dere omstan­dig­he­den, in dagen van bij­zon­dere nood. De leer­lin­gen van Johannes had­den zich daar bij aan­ge­slo­ten, bij die praktijk van de Fari­zeeën. We zien dat ook in onze tijd wel dat mensen uit devotie extra weke­lijkse vasten­da­gen hou­den, soms op basis van bood­schappen op ver­schij­nings­plaatsen.

En van ons allen wordt vanaf de ko­men­de Aswoens­dag ook wel weer iets extra’s verwacht. Jezus keurt dat niet af, maar Hij zegt dat het niet gepast is voor Zijn leer­lin­gen voor de tijd dat Hij met hen rond­trok, omdat zij nu Hem, de Bruidegom, in hun mid­den hebben. Het vasten past niet bij de vreugde de Heer, de Bruidegom van het nieuwe verbond, bij zich te hebben, zoals wij ook niet vasten op Pasen of op zon­dag, want dat is de dag van de Heer en van de vreugde om Zijn ver­rij­ze­nis. Maar wanneer de Bruidegom is weg­ge­no­men, dan zullen ze vasten. Dat is een eerste ant­woord op onze vraag: wat moet je doen als die bruidegom ver weg lijkt, je Zijn genade­volle aanwe­zig­heid niet meer ervaart, als je meer wereldlijk dreigt te gaan denken en leven?

Het is goed om jezelf dan iets te ontzeggen, te vasten, want je moet los komen van de gericht­heid op je eigen ik. Dat kan heel goed op gebied van voedsel en drank, maar dat kan ook goed zijn een stukje zelf­ver­loo­che­ning, jezelf iets ontzeggen op ander gebied bij­voor­beeld door er voor anderen te zijn, vooral voor mensen die het moei­lijk hebben, ziek zijn of alleenof in het alge­meen iets goeds te doen, tijd te geven en harte­lijke aan­dacht aan een ander. Bezoek een zieke, luister naar haar of zijn verhaal en je wordt bevrijd van een hele­boel onlust­ge­voe­lens. Zo treedt je uit jezelf en ontmoet je Christus in de minsten der zijnen.

Het tweede ant­woord dat Jezus geeft is dat over de verstellap van ongekrompen stof die op een oud kleed wordt gezet of jonge wijn die in oude zakken wordt gedaan: dat past niet bij elkaar en daardoor krijg je ongelukken: er komen scheuren in het kleed en die zakken barsten open en de wijn gaat verloren. Jezus wil hiermee zeggen dat de vroom­heid aangepast moet zijn. In zijn tijd betekende het dat er geen vermen­ging moest komen van het nieuwe wat Jezus bracht met de oude Joodse gebruiken, voor ons betekent het echter ook dat je gees­te­lijk leven aangepast moet zijn aan de plaats waar je staat en dat het er in je gees­te­lijk leven, in je gebedsleven niet zozeer om gaat bepaalde gebe­den te doen, een werk “af” te hebben, naar God te zoeken met heel je hart.

Als het bid­den niet zo gaat en je vol onrust en onvrede bent, is het ant­woord niet dat je maar een der­tig­daag­se retraite moet doen, hoe goed dat ook is. Dat werkt als een nieuwe lap op een oud kleed. Eerst moet je de vrede hervin­den en Gods te­gen­woor­dig­heid. Een auto heeft een remweg, heeft tijd en een afstand nodig om tot stilstand te komen, zo’n remweg hebben wij ook nodig om weer tot ver­die­ping te komen, dus is de vraag: wat kan mij helpen om de onrust, de onvrede tot stilstand te brengen, Gods stem weer te horen en in vreugde en vrede te zijn? Aanstaande woens­dag begint de veer­tig­da­gen­tijd. Laten we bid­den dat God ons mag helpen nieuwe mensen te wor­den, om de dingen los te laten die we los moeten laten om te kunnen leven in de vrede die Hij ons door Zijn lij­den, sterven en verrijzen heeft gebracht.

Terug