Arsacal
button
button
button
button


Waar ben je bang voor?

Ga uit en verkondig!

Overweging Preek - gepubliceerd: zaterdag, 16 mei 2015 - 802 woorden
Nog even een mooie herinnering aan de pauselijke audiëntie tijdens de Romebedevaart
Nog even een mooie herinnering aan de pauselijke audiëntie tijdens de Romebedevaart

Op Hemel­vaarts­dag hoor­den we hoe de Heer afscheid nam van Zijn leer­lin­gen en hen opdroeg om zonder vrees erop uit te gaan en het evan­ge­lie te ver­kon­di­gen. Maar de leer­lin­gen merkten tege­lijker­tijd dat ze dat zeker niet alleen kon­den en moeite had­den om hun angsten te over­win­nen. Ze waren net gewone mensen! Daarom moesten ze wachten op de komst van de heilige Geest. Dat is ook voor ons de zin van deze negen dagen tussen Hemel­vaart en Pink­ste­ren: het is een noveen van gebed om de komst van de heilige Geest.

Homilie

Waar ben je bang voor?

Waar zijn wij bang voor?
Wij mensen kunnen bang zijn
voor van alles en nog wat:
die is bang voor hon­den,
een ander voor spinnen;
een derde is bang voor verlies van de ge­zond­heid
en weer een ander heeft angst
voor het verlies van zijn baan
of over hoe het zal gaan
met de ge­zond­heid van ge­zins­le­den,
met de toe­komst van kin­de­ren
enzo­voorts.
Er zijn allerlei dingen waar we
bang voor zou­den kunnen zijn.

Ik ben bij je

Jezus noemt er vandaag een aantal
in het evan­ge­lie:
je kunt bang zijn voor de duivel
- het spreek­woord zegt
dat je als je heel erg onverschrokken en moe­dig bent,
je niet bang bent voor de duvel en z’n ouwe moer -,
je kunt bang zijn dat je anderen niet kunt verstaan,
en als je eens verrast bent door een slang,
is het niet ver­won­der­lijk
dat je bang bent voor slangen,
je kunt bang zijn dat er vergif zit
in je eten of drinken
- de Chinese keizer beschikte niet voor niets
over voorproevers -
en je kunt bang zijn om ziek te wor­den.
Maar Jezus zegt hier
dat wonder­te­ke­nen je zullen ver­ge­zel­len
en dat je al het kwade zult over­win­nen,
je hoeft nergens bang voor te zijn.
Het is alsof Hij zijn leer­lin­gen
op dit laatste moment nog wil verzekeren:
ook al word ik ten hemel opgeno­men,
ik ben toch bij je,
waarom zou je bang zijn,
je bent toch altijd in mijn hand,
waar zou je schrik voor hebben?
Ik werk met je mee,
ik schenk kracht aan je woor­den,
wees niet bang,
het hoeft niet allemaal
uit jezelf te komen,
jij hoeft niet alles in de hand te hebben,
want je bent geborgen in Mijn hand.

De laatste woor­den

De laatste woor­den
die Jezus tot ons spreekt
voor Hij ten hemel wordt opgeno­men.

“Heeft hij nog wat gezegd?”,
vragen de nabe­staan­den
als iemand pas is overle­den.
De laatste woor­den die iemand spreekt,
een laatste gebaar of gezichtsuitdruk­king
zijn bij­zon­der be­lang­rijk.
Als pries­ter mag je dat vele malen
meemaken
bij­voor­beeld bij de zie­ken­zal­ving
van een erns­tig zieke.
Iemand die al lange tijd
geen zinnig woord meer had uit­ge­bracht,
zei ineens heel dui­de­lijk:
“Onze vader die in de hemel zijt”
en stierf met een vre­dige glimlach
om de lippen.
Als iemand die je dier­baar is,
zo gestorven is
of je hand nog vastpakte
en je aankeek,
vergeet je dat na­tuur­lijk niet meer.
En veel mensen had­den zo graag
op een derge­lijke manier afscheid willen nemen,
maar het was hun niet gegeven.

Vandaag horen we dus de laatste woor­den
die Jezus tot Zijn apos­te­len spreekt
en die zijn bestemd
als een laatste bood­schap,
die altijd in ons hart
zou moeten naklinken:
het zijn woor­den die de leer­lin­gen
en over hun hoofd heen en door hen
ieder van ons
opwekken om het evan­ge­lie,
de blijde bood­schap van Christus
te ver­kon­di­gen.
De laatste woor­den die Jezus
tot hen spreekt,
zijn eraan gewijd
om dui­de­lijk te maken
hoe be­lang­rijk de evangeli­sa­tie is,
de ver­kon­di­ging van het evan­ge­lie,
daar hangt zoveel van af:
Want: “Wie gelooft en gedoopt is,
zal gered wor­den,
wie niet gelooft,
zal ver­oor­deeld wor­den”.

Ga uit en verkon­dig... Je bent in Zijn hand...

Als we ons zou­den rea­li­se­ren
hoe be­lang­rijk ons geloof eigen­lijk is,
zou alles waar we bang voor kunnen zijn,
helemaal gerelati­veerd wor­den:
Vrees niet hen die alleen het lichaam kunnen doden...”.
Alles gaat voorbij,
God alleen blijft,
het geloof is uit­ein­delijk
ons enige houvast.
En af en toe moeten we dat ook eens tegen ons­zelf zeggen:
ik heb toch altijd voor hem geleefd,
mijn geloof was de richtsnoer voor mijn leven,
waar zou ik bang voor zijn,
ik ben toch Zijn Kind?

Door het heilig doopsel
zijn onze namen ge­schre­ven
in de palm van Gods hand;
door ons geloof
bezitten we het ver­trouwen
dat God alles leidt
en dat Hij het ten goede leidt.
Het geloof
geeft ons de genade
dat wij altijd en overal geborgen zijn,
ook al sta je alleen,
zoals we dat op deze Hemel­vaarts­dag
kunnen ervaren
nu Jezus ons verlaat
om vanuit de hemel mee te werken
met alles wat wij doen en offeren,
met alles waarvoor wij bid­den
in Zijn Naam.

Hij ging heen,
maar is bij ons;
wij zien Hem niet,
maar we zijn in Zijn hand;
wij zijn omringd door gevaren,
maar Hij heeft ons al gered.

En dat is de bood­schap
die wij allen aan ie­der­een
moeten door­ge­ven:
wie gelooft en gedoopt is
zal gered wor­den.

Terug