Arsacal
button
button
button
button


Afstand nemen

Tweede zondag van de veertigdagentijd B

Overweging Preek - gepubliceerd: zondag, 4 maart 2012 - 959 woorden
Afstand nemen

Deze zon­dag heb ik de heilige Eucha­ris­tie gevierd in de Sint Urbanus­kerk in Nes aan de Amstel (op de foto: het beeld van de H. Urbanus in deze kerk). Het evan­ge­lie was dat van de gedaante­ver­an­de­ring van Jezus (Mt. 9,2-10), de eerste lezing verhaalde over het offer van Abraham (Gen 22), in de tweede lezing riep de apostel Paulus op tot ver­trouwen: "Indien God vóór ons is, wie zal dan tegen ons zijn?" (Rom. 8, 31b-34). Hier­on­der volgt de homilie.

Ik denk dat we het bijna allemaal weleens hebben mee­ge­maakt dat het ons heel goed deed als we er even tussen uit waren gegaan. Zorgen, drukte, stress, dingen waar je je heel erg bezorgd om maakte, het is ineens allemaal ver weg en doordat we let­ter­lijk afstand nemen, kijken we er weer heel anders naar. Ook in het gees­te­lijk leven heb je zoiets. Al heel vaak heb ik het mee­ge­maakt dat mensen ineens open waren voor een ont­moe­ting met God, dat mensen ineens inner­lijk geraakt wer­den doordat ze weg­trok­ken uit hun gewone, dage­lijkse bestaan en in alle open­heid een nieuwe erva­ring kon­den opdoen.

De afgelopen zomer ben ik mee geweest met de jon­ge­renreis naar de Wereld­jon­ge­ren­da­gen in Madrid. Onderweg had­den we een tussenstop in Andorra en op een avond was daar aanbid­ding. Voor veel jon­ge­ren was het de eerste keer dat zij dit mee­maak­ten. Tijdens die aanbid­ding waarbij zacht muziek werd gespeeld, was er ook gelegen­heid om te praten met een pries­ter of bij hem te biechten, je kon een lichtje plaatsen bij het heilig Sacra­ment en als het voor je eigen gevoel voldoende was geweest, kon je naar buiten, de stad in of naar je kamer gaan.

Maar de jon­ge­ren bleven lang. De avond begon pas om half tien ‘s avonds, tegen half twee ‘s nachts werd de avond ein­de­lijk afgesloten. Ik heb later nog met heel wat jon­ge­ren ge­spro­ken: daar had­den ze voor het eerst gemerkt en ervaren dat God wer­ke­lijk bestaat, dat Hij bij hen was. Een jongen kwam maan­den later nog eens met me praten om te ver­tellen dat hij daar de roe­ping had gekregen om pries­ter te wor­den en het liet hem niet meer los. Iets derge­lijks kan gebeuren en dat heb ik al dikwijls gehoord, als mensen op bede­vaart gaan.

Toen ik nog op De Tilten­berg was en mensen ont­ving die op de zater­dag­oplei­ding van het Sint Boni­fa­tius-instituut wil­den komen stu­de­ren, kwam het regel­ma­tig voor dat het ant­woord op de vraag: hoe ben je ertoe geko­men om dit te gaan doen, begon in de bede­vaarts­plaats Lourdes. In Lourdes waren zij geraakt en daar had­den zij het verlangen gevoeld om meer te doen, een stap naar God te zetten. Een ander moment wat voor mensen be­lang­rijk was, bleek vaak de retraite te zijn, het je enkele dagen afzon­de­ren voor gebed en be­zin­ning, met hulp en inlei­dingen van een pries­ter. Maar het komt eigen­lijk allemaal op het­zelfde neer: “Trek weg uit je land”, zei God al tegen Abraham en Abraham deed het, hij ging op reis en hij kreeg daarbij zo’n rotsvast geloof en ver­trouwen in God dat hij zelfs bleef ver­trouwen als God hem, heel gekke dingen vroeg, zoals in de eerste lezing van vandaag: dat hij zijn kind moest opofferen, zoals dat bij sommige hei­dense volkeren wel de gewoonte was in die primitieve tijd waarin Abraham leefde. Abraham beleef ver­trouwen, zelfs als alles tegenzat en hij geen kin­de­ren kon krijgen, terwijl hij en zijn vrouw almaar ouder wer­den. Hij bleef ver­trouwen met een rotsvast geloof, want hij had God ervaren, hij wist van binnen dat God bestond, dat Hij hem liefhad en voor hem zou zorgen.

 Je moet er soms even uit­gaan om nieuwe erva­ringen op te doen, je moet soms gaan naar een plaats waar je God kunt ontmoeten, anders en nieuw, om een nieuwe impuls voor je leven te krijgen, een nieuwe weg gewezen te krijgen en je leven anders en dieper en met meer ver­trouwen te kunnen bekijken.

In het evan­ge­lie van vandaag gaan drie apos­te­len er ook even uit, even weg van de drukte van iedere dag, van de menigten mensen die hen voort­du­rend omringen. Ze gaan een hoge berg op; door de traditie wordt daarvoor de berg Tabor aangewezen, een oase van rust, van­waar je een prach­tig uit­zicht over het land­schap hebt. Daar mogen ze even de heer­lijk­heid, de stralende glans van hun Heer en meester aanschouwen. Het is prach­tig en het is een erva­ring die ze nooit zullen vergeten, ook al mochten ze er nog niet over spreken. Dit gebeuren vindt zo ongeveer mid­den in het evan­ge­lie plaats. Zij hebben al van alles met Jezus mee­ge­maakt, die leer­lin­gen. Ze hebben won­de­ren gezien, grote massa’s mensen die met Jezus mee­gaan, en zij zelf waren ge­roe­pen en tot apos­te­len aan­ge­steld. Maar nu komt het tweede deel van het evan­ge­lie en van het leven van Jezus; lang­zaam wordt de situatie grimmiger, Fari­zeeën en schrift­ge­leer­den beginnen te konkelen en te stoken, hun Heer moet gaan lij­den en zal sterven en de dromen van de apos­te­len over een ko­nink­rijk met Jezus als koning en met hen als ministers, vallen lang­zaam in duigen. Het zal anders zijn, maar met vallen en opstaan - ze blijven zwakke mensen - kunnen zij het toch aan, want ze hebben God ervaren, zij hebben de heer­lijk­heid van Jezus gezien.

Deze tweede zon­dag in de veer­tig­da­gen­tijd is zo ook voor ons een uit­no­di­ging, een invi­ta­tie om eens afstand te nemen van je dage­lijkse beslomme­ringen, van de dingen die je zoveel zorgen geven en pijn doen, mis­schien, om in deze tijd van be­zin­ning Hem te ervaren en nieuwe krachten op te doen om je levens­reis in een hernieuwd en verdiept contact met God te ver­volgen.

AMEN

Terug