Arsacal
button
button
button
button


Een stadswijk met moslims en volop secularisatie: en de Kerk dan?

Heropening Boom-kerk

Overweging Preek - gepubliceerd: maandag, 7 september 2015 - 1647 woorden
De iconen naast het hoofdaltaar
De iconen naast het hoofdaltaar

Op zon­dag 6 sep­tem­ber werd de “Boom­kerk” in Am­ster­dam oud-west fees­te­lijk heropend, na een intensieve res­tau­ra­tie-periode. Daarbij wer­den twee nieuwe iconen van Geert Hüsstege gewijd. De kerk is mooi opgeknapt en naast de kerk zijn mooie groeps­ruim­tes en een grote pastorie. De kerk staat in een wijk waar veel moslims wonen en waar de seculari­sa­tie zich na­tuur­lijk ook doet gevoelen. Wat kan de taak zijn van de kerk in zo'n gebied? Dat was een vraag waar we in de homilie bij stil ston­den.

De Boom is genoemd naar de voor­gan­ger van de hui­dige kerk, een schuil­kerk die werd aangeduid met een naam die niet mocht verra­den dat het om een kerk ging. Zo hebben we in Am­ster­dam onder meer ook de “Krijt­berg” en de “Papegaai”. De kerk heeft echter ook een patroon: de heilige Fran­cis­cus van Assisi. De pa­ro­chie omvat ook de H. Vicentisu­kerk en de St. Au­gus­ti­nus­kerk, beide kleinere lokaties die vroegere grote kerk­ge­bouwen ver­vangen. Zij maken deel uit van de Emmaüspa­ro­chie.

De vie­ring was bij­zon­der fees­te­lijk met de ge­za­men­lijke koren van de pa­ro­chie en veel mensen. Pastoor Igno Osterhaus en mede-pries­ters Jacques Hetsen en Ben de Boer mhm con­ce­le­breer­den, evenals pater Henk Janssen WP. Diaken Rob Polet, tot voor kort verbon­den aan de pa­ro­chie en pas­to­raal werker Pieter Klaver assis­teer­den. Tijdens de Mis wer­den de fraaie iconen van Mozes en Fran­cis­cus van Assisi ingewijd (zie foto). Na de vie­ring was er een fees­te­lijk pro­gram­ma in de zaal naast de kerk waar velen aan deelnamen. Van harte wensen we de Emmaüspa­ro­chie en de Boom­kerk alle zegen toe!

Homilie

Proficiat!

Broeders en zusters,
Aller­eerst wil ik u nogmaals van harte fe­li­ci­te­ren
met de prach­tige, vernieuwde Boom- kerk,
toegewijd aan de H. Fran­cis­cus van Assisi,
een heilige die acht eeuwen gele­den heeft geleefd,
maar ons, mensen van deze tijd,
nog steeds bij­zon­der aanspreekt:
zijn eenvoud, zijn armoede,
zijn radicale bele­ving van het evan­ge­lie,
zijn cha­risma
werken door.
Het is niet zomaar dat onze hui­dige paus
de naam van deze heilige die Uw patroon is,
als naam en pro­gram­ma heeft gekozen.

Feestelijke opening Boomkerk
Pastoor Osterhaus begroet kerk­gan­gers voor de Mis

Deze kerk heeft een schit­te­rende accommodatie,
met een pastorie en prach­tige zaal
en een fraaie kerk
die nu weer helemaal in orde is.
Daar kan ik U alleen maar mee fe­li­ci­te­ren!

Taak

Dit legt na­tuur­lijk ook
een bij­zon­dere taak op Uw sch­ou­ders,
want de stenen zijn niet voor niets
zo mooi gereno­veerd.
Dat is de taak
om dit allemaal goed in te zetten
en vrucht­baar te laten wor­den.
Hoe zou dit kunnen?

Niet "zij"en "wij"

Het ko­men­de jaar van Barm­har­tig­heid
dat onze paus heeft uit­ge­roe­pen,
is daar een bij­zon­dere gelegen­heid voor.
Wat wil paus Fran­cis­cus met dat jaar?
Hij wil deuren openen
naar de barm­har­tig­heid van Jezus
en hij wil dat wij de straat opgaan,
de mensen ontmoeten,
hen aanzien als het ware met de ogen van Jezus,
die naar zon­daars en tolle­naars ging
met een blik vol barm­har­tige liefde.
Mis­schien hebben we allemaal
wel eens angs­tige gevoelens,
bij­voor­beeld nu over de vluch­te­lingen
die naar Europa komen:
zullen al die moslims geen gevaar voor ons vormen,
voor onze cultuur, onze vrij­heid en verworven­he­den?
En het is waar:
we weten niet wat de toe­komst zal brengen,
hoe de cultuur zal ver­an­de­ren,
hoe de vluch­te­lingen zullen integreren,
maar het is niet goed om te denken
in “zij”en “wij”,
in onze eigen mensen
en ‘andere’ mensen,
met wie wij niet te maken willen hebben.
We zijn allemaal mensen,
niemand is meer mens dan een ander,
en juist wij als chris­te­nen en katho­lie­ken,
die in zekere zin de waar­den ver­te­gen­woor­digen,
die Europa meer dan duizend jaar
hebben vorm gegeven,
zullen van die chris­te­lijke wor­tels
moeten en kunnen getuigen.

Seculari­sa­tie

Zoveel mensen hebben in onze tijd
die chris­te­lijke wor­tels
nooit echt leren kennen.
Zij hebben mis­schien
voorop­ge­zette ideeën over religie,
hebben er iets over gehoord,
zoals wij mis­schien over confucianisme of zo
maar ze hebben geen kennis van binnen uit,
ze zijn er nooit door geraakt.
Toch zijn bijna alle mensen zoekend
naar de zin en bete­ke­nis van hun leven en het lij­den,
naar het waarom en het doel van een men­sen­le­ven.
Niet dat wij alle ant­woor­den weten.
En ieder ant­woord begint
met naar hen te luis­te­ren
en hen trachten te begrijpen,
ook in hun diepste verlangens.
Niet oor­de­len, zeker niet te snel.

God verlangt dat al die mensen
in aanra­king komen
met Zijn barm­har­tige liefde voor hen,
en dat zij een stapje kunnen zetten
om hun leven te laten lei­den door die liefde.

Uit­no­di­gen

Van harte wens ik U allen toe
dat deze kerk en haar mooie bij-ruimtes
daar een rol in zullen kunnen spelen,
dat ze een centrum mogen kunnen wor­den
van contact met de wijk,
dat mensen zich hier welkom mogen voelen
en aanvaard en opgeno­men
en dat hun leven
een zoek­tocht mag kunnen wor­den naar God.
Ik wil daar­mee niet zeggen
dat de sacra­menten en de heilige Eucha­ris­tie
niet heel be­lang­rijk zijn
en het centrum en de bron
van onze geloofs­ge­meen­schap,
maar heel veel mensen
zijn daar niet mee bekend,
hebben de kracht en de bete­ke­nis
van de heilige Eucha­ris­tie
nog niet ervaren.
En we willen laten zien
dat we een open kerk zijn,
dat je niet alleen welkom bent
als je bij de club hoort,
als je in de werk­groep zit of op het koor,
als je al gedoopt en gevormd bent,
maar dat ie­der­een welkom is en uit­ge­no­digd
om een stapje naar God te zetten.
Paus Fran­cis­cus heeft ons opge­roe­pen
om naar buiten te gaan,
eigen­lijk zoals de dienaren van de koning
in de parabel die Jezus eens ver­telde.
De geno­dig­den voor de bruiloft
kwamen niet opdagen
en de dienaren van de koning moeten dan
naar de hoeken van de straten gaan
om de mensen uit te nodigen,
want - zo zegt de koning -
"Mijn huis moet vol wor­den".

Kansen zien

Het is bij ons eigen­lijk niet anders.
Veel mensen komen niet naar de kerk,
maar we kunnen niet blijven zitten
met de gedachte dat vroeger alles beter was.
De mensen zijn nog steeds gewoon mensen,
door God geschapen
met een verlangen in hun hart naar geluk,
naar zin en uit­ein­delijk naar God.
Wij moeten dus doen als die dienaren in de parabel
en uit­no­di­gend zijn, verwel­ko­mend,
open voor ie­der­een,
niet veroor­de­lend en afstotend,
ook niet kibbelend onder elkaar,
dat stoot alleen maar af:
“Zie hoe zij elkaar lief­heb­ben”,
zei men over de eerste chris­te­nen
en dát trok nieuwe mensen aan.
Laten we dus harte­lijk zijn
vanuit het besef dat iedere mens een mens is,
geschapen naar Gods beeld en gelijkenis;
en laten we dat doen
verlangend om mensen in contact te brengen
met het evan­ge­lie, met Jezus Christus.

Er zijn veel mensen die anders denken,
een ander leven lei­den dan wij,
een andere cultuur of ach­ter­grond hebben,
andere keuzes hebben gemaakt.
Na­tuur­lijk hoeven we onze visies en onze over­tui­gingen
niet op te geven,
het hoort bij het mens-zijn dat we over­tui­gingen hebben.
Maar het past ons als chris­te­nen niet
dat we meteen met een veroor­de­ling klaar staan,
ons past open­heid vanuit het respect voor iedere mens
en vanuit het besef
dat mis­schien inder­daad niet alles goed is wat we zien,
maar dat een mens een mens is met kansen en moge­lijk­he­den,
dat hij of zij op weg is, er nog niet is,
dat er ook aan ons wel iets ontbreekt
en dat we mis­schien die mens mogen helpen
om een mooie weg te gaan.

De arme niet afschepen

De lezingen van deze zon­dag
nodigen ons daar bij­zon­der toe uit.
In de tweede lezing uit de brief van Jakobus
kwam dit al heel mooi tot uiting.
Jakobus ver­telt over een situatie
waarin twee mensen een kerk­ruim­te binnen­ko­men,
de een is een heel chique persoon,
rijk gekleed en met gou­den siera­den om,
de ander is een arme sloeber
en zijn kleren zijn goed voor de afvalcontainer.
En stel je dan voor dat de rijke alle eer en aan­dacht krijgt
en de arme met een staan­plaats ergens achteraf
wordt afgescheept.
Dan discrimineer je,
dan laat je zien
dat je er alleen voor een bepaald soort mensen wilt zijn.
Dat hoort niet bij christen-zijn,
zegt ons Jakobus in zijn brief.

Nieuwe mens

Jezus gaat in het evan­ge­lie naar een hei­dense streek,
de streek van Dekapolis.
Hij verlaat de echte Joodse omge­ving
en begeeft zich onder de hei­denen.
We hoor­den zojuist dat Hij er een doofstomme geneest.
Die gene­zing is meer
dan het beter maken van een arme mens;
het heeft ook een dieper­lig­gende bete­ke­nis,
zoals Jezus zelf eigen­lijk al laat zien
aan de gebaren die Hij gebruikt
om die gene­zing tot stand te brengen:
Hij steekt zijn vingers in de oren van die man
en raakt zijn tong met speeksel aan.
Men had Jezus eigen­lijk om een ander gebaar gevraagd:
"Kunt U hem de hand opleggen?"
Dat is het gebaar dat zij kennen,
een gebaar van bescher­ming en gene­zing.
Maar Jezus doet dus iets anders,
Hij raakt die ledematen aan
die maken dat de man
niet horen en niet goed spreken kan.
Het is of Jezus de man her­schept, nieuw maakt.
En dan zucht Hij en zegt: "Ga open, Effeta",
een gebaar en een woord
dat we nu nog steeds gebruiken
wanneer iemand gedoopt wordt.
De man wordt een nieuwe mens,
en dat nieuwe mens- zijn betekent
dat hij open gaat,
niet langer in zich­zelf opgesloten is,
maar kan com­mu­ni­ce­ren met God en met de naaste.

Deze gene­zing is er voor ieder van ons,
wij zijn verloste mensen :
ga dus open, wees niet in jezelf opgesloten,
niet in je eigen dingen, je eigen problemen,
ga naar buiten toe.
Je eigen problemen en zorgen wor­den anders,
wanneer je open staat voor anderen,
je inleeft in ander mensen,
er wil zijn voor iemand die je tot naaste maakt.
Ja, de Heer roept ons
om verbin­dingen te leggen, uit te nodigen,
te getuigen en liefde te geven.
Moge God ons daartoe zegenen en bijstaan. AMEN.

Terug